Telegraafsma #3: Hersteladvisering beleggingsverzekeringen

De woekerpolisaffaire is een nieuwe fase in gegaan. De juridische strijd kan weer gaan losbarsten. Op 29 april (2015) heeft het Europese Hof een uitspraak gedaan, die door zowel verzekeraars als door claimers gezien werd als een overwinning. Voer voor juristen dus.

Indringender dan ooit wil  zowel de Tweede Kamer als minister Dijsselbloem dat via de ‘hersteladviezen’  zaken voor de klant ‘opgelost’ gaan worden. Het kabinet heeft besloten dat de touwen bij verzekeraars steeds strakker zullen worden aangetrokken. Het is niet onwaarschijnlijk dat dit ook zijn invloed gaat krijgen op de financieel adviseurs.

Hersteladvisering

De AFM heeft van de regering de opdracht gekregen om te kijken hoe het loopt met de ‘hersteladvisering’. Als eerste moesten de polissen worden aangepakt, waarbij er geen vermogen (meer) opgebouwd werd. Integendeel: waarin het vermogen steeds minder werd. Men noemt dat de Niet Opbouwende Polissen. Een van de oorzaken van het niet (meer) opbouwen is dat de premie voor de overlijdensdekking  te veel van de totale inleg vergt, zodat er te weinig geld over blijft om aan de waarde toe te voegen. Volgens de nieuwe  (concept-)regels zijn verzekeraars verplicht om dat ‘niet (meer) opbouwen’ tegen te gaan. In veel gevallen gebeurt dat door de overlijdensrisicodekking apart te gaan verzekeren.

Natuurlijk vereist dat de nodige uitleg aan de polishouder. En actie van de polishouder. En vaak gaat het hier om verzekeringen die naast een hypotheek zijn gesloten. Als de geldgever een andere partij is dan de verzekeringsmaatschappij dan geeft het ook het nodige werk om de verpanding er af te halen en weer op de verzekeringen te zetten. Dit ondanks het feit dat deze geldgevers van de AFM mee zouden moeten werken. (Volgens een brief van de AFM aan die geldgevers van 13 oktober 2014) In de komende periode (een a anderhalf jaar) komen de overige beleggingsverzekeringen aan de beurt.

De AFM heeft in een rapport van oktober 2014 gezegd dat verzekeraars onvoldoende bereikt hebben. Uit een rapport van maart 2015 bleek er wel wat verbetering te zijn, maar noch de AFM, noch de minister noch de Tweede Kamer was erg enthousiast.
Zeker toen bleek dat bij 39% van de mensen met een Niet Opbouwende Polis niets deden ondanks het advies iets te veranderen. Dat wierp de vraag op wat de kwaliteit van het advies was geweest. De AFM gaat daar nader onderzoek naar doen.

Verzekeraars trekken tot nu toe veel van de hersteladvisering naar zich toe. Met name om grip te houden op het proces. Zodat ze dat goed kunnen rapporteren aan de AFM. Maar de vraag is hoe lang ze dat vol kunnen houden zonder de adviseur erbij te betrekken.
Er zijn verzekeraars die (tijdelijk) adviseurs voor hen laten werken. Misschien een kans. Maar misschien ook een bedreiging als die adviseur in portefeuilles van andere adviseurs gaat werken. Bijvoorbeeld omdat de verzekeraar vindt dat de oorspronkelijk adviseur er te weinig aan doet.

Voor wie het betreft: goed de komende ontwikkelingen in de gaten houden, en in actie komen! Zie ook de website www.beleggingspolisherstel.nl

Dit bericht is geplaatst in AFM, Beleggingsverzekeringen, Telegraafsma met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *