Strand

De zee legt zijn vloed op het strand,
vogels strekken zich langs de kustlijn.

De zon verhuist zijn licht,
bergen van wolken zijn rood.

Schepen komen zonder geluid,
maken een bocht en groeten ons.

Vragen: ga je met ons mee ?,
want wij kennen de vrijheid.

Golven komen soms onverwacht,
trekken lijnen in het zand, schuimen.

De horizon lijkt soms tastbaar dichtbij,
net zoals jij die nu bij me bent.

Jij bent als de zee, diep in jezelf verzonken,
een groot geheim en stil van verdriet.

Tranen zijn jouw golven,
trekken lijnen in je gezicht.

Dan opeens komen er woorden,
gedragen door de wind.

Je geeft jezelf als nooit tevoren,
uitgestrekt en wild sla je met je vleugels.

Het is alsof je wil zeggen: laat me los,
gebruik me niet, vervuil me niet.

Als de zee geef je voor leven,
voor iedereen ben je grenzeloos.

Het mag zo niet langer duren,
jouw kracht en schoonheid, zo weerloos.

Zo hopeloos en zonder steun,
alleen in de strijd met jezelf.

Wat kan ik anders dan zeggen,
fluisteren en schreeuwen: ik hou van jou.









©RG