Telegraafsma #25: Het Leven Delen, een nieuw sociaal contract.

De rechtsstaat
Op LinkedIn lees ik van de heer Harry Starren:
“Een  rechtsstaat valt of staat bij rechtstatelijk besef.
– Een minister die de WOB de facto naast zich neerlegt;
– een kabinet dat het informatie recht van de Tweede kamer niet serieus neemt;
– een groot aantal publieke gezagsdragers dat in ons systeem nog altijd niet gekozen wordt;
– een regering die door de rechter gedwongen moet worden internationale verdragen uit te voeren;
– een falend bestuursrecht (de rol van de Raad van State bij de toeslagen affaire);
–  het ontbreken van een constitutioneel hof;
– de reeks maatregelen die de toegang tot het recht de facto hebben beperkt;
– registers ‘van overige belangen’ worden door de leden van eerste en tweede kamer en de rechtelijke magistratuur niet of onvoldoende bijgehouden;
– tekenen van bestuurlijke corruptie (Limburg, Groningen);
– het groeiend aantal onterechte voorlopige inhechtenis-nemingen;
– het grote aantal niet uitgevoerde (kanton)recht uitspraken;
– adviezen rond wetgeving door de Raad van State en de Raad van de Rechtsspraak worden vaak in de wind geslagen;
– op de zittende en staande magistratuur is voortdurende bezuinigd;
– het vrijwel ontbreken van regelgeving rond lobbyen en partijfinanciering;
– de vrijwel ongecontroleerde bewegingsruimte van de belastingdienst;
– het wegnemen van het raadgevend referendum zonder er iets voor in de plaats te stellen;
– het vrijwel negeren van de aanbevelingen van de staatscommissie Remkes…..
(RG: enzovoort).

Kritiek
Nederland kreeg als het om elementen van de rechtsstaat gaat, in de afgelopen tijd kritische commentaren oa van de VN, de OECD, Human Richts Watch, de RMO en de Algemene Rekenkamer”. Aldus ‘LinkedIn’.

Ondermijning
Als een rechtstaat niet meer functioneert dan wordt deze aangevallen (georganiseerde misdaad), misbruikt (door organisaties die ‘to-big-to-fail’ zijn) of van binnenuit uitgehold (door ambtsdragers zonder een rechte rug). Een willekeurig individu ziet het gebeuren en verbaast zich er ook over. Maar zegt ook “Wat kan ik er aan doen?” De machten zijn te groot en als ik naar de politiek kijk zie ik ook niets gebeuren. Als je er wat van zegt wordt je doodgeschoten. De belangen bepalen de meningen”.

Sociaal contract
Alsof het een schoolplein is waarop de ‘pesters’ de baas zijn. Zodra er iemand is die anders durft te zijn loopt deze persoon het risico te worden gepest. Of te worden uitgeput. Niet erg uitnodigend om je stem te verheffen, men kiest uiteindelijk – begrijpelijk – voor zich zelf.
Uit angst. Met als gevolg dat het maatschappelijk verband, de met elkaar gemaakte afspraken om het leefbaar te houden en te maken, tot los zand verloren gaat. Het sociaal contract is er wel, op papier, maar functioneert niet meer.

Pieter Omtzigt
Pieter Omtzigt schreef er een boek over: ‘Een nieuw sociaal contract’. “Heel lang geloofden we dat Nederland af was. Pieter Omtzigt laat zien dat er in Nederland grote problemen zijn met macht en tegenmacht. De mechanismen van de rechtsstaat functioneren niet goed meer, zoals uit het kinderopvangtoeslagenschandaal is gebleken. Omtzigt pleit vanuit zijn eigen ervaringen in de politiek voor een nieuw sociaal contract.


Vertrouwen
Het is nodig om het vertrouwen tussen overheid en burgers te herstellen. Dat is zeker niet eenvoudig. We moeten instituties herbouwen door checks-and-balances te hernieuwen. Het vraagt ook om een andere mentaliteit van de overheid én van de burgers zelf. Er is geen simpele oplossing. Het hele weefsel van de rechtsstaat moet worden onderzocht en gerepareerd”.

Veranderen
Er is dus verandering nodig. Wat je ziet gebeuren is dat iedereen het daar wel over eens is. Met gaat dan onderzoek doen, om vervolgens en uiteindelijk te kunnen zeggen “uit onderzoek blijkt dat ………, en daarmee is het wetenschappelijk bewezen dat dat en dat er moet gebeuren”. De claim wordt gelegd dat het onderzoek onafhankelijk is en niet uit eigen belang is opgesteld. Als er geen tegenspraak mogelijk is kan er ook van alles als een vaststaand feit, en niet als slechts een mening, worden gepresenteerd. Het resultaat is dat er slechts meningen en gedachten tegenover elkaar komen te staan en dat er twee- en ‘veeldelingen’ ontstaan. Elke richting ontbreekt en blijft ontbreken. We willen wel veranderen maar het maatschappelijk draagvlak is er domweg niet.

Bij het begin beginnen
Iemand merkt op: “Na de legale doch immorele belastingontwijking van Starbucks zei een Brits parlementslid: “I’m not accusing you of being illegal, I’m accusing you of being immoral”. (“Het is dit verschil tussen moraliteit en legaliteit dat de rechter nu mist. Dat er een brede internationale consensus bestaat dat multinationale bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen (ook in de aanpak van klimaatverandering), wil niet zeggen dat de te nemen verantwoordelijkheid ook juridisch afdwingbaar behoort te zijn. Het is aan de wetgever om ambitieus en adequaat klimaatbeleid te maken binnen de kaders van het Parijsakkoord. Dat dit beleid tot nu toe onvoldoende is moet niet worden afgewenteld op private partijen die geen partij zijn bij deze afspraken. De manier waarop de rechtbank nu omgaat met de zorgvuldigheidsnorm uit 6:162 BW zet de deur open voor politiek in de rechtszaal en werkt willekeur in de hand. Laat het een duidelijk signaal zijn aan de politiek om werk te maken van doelmatig en effectief klimaatbeleid”).
Het begint volgens deze persoon dus bij de moraliteit en de politiek moet zijn werk doen en geen gaten laten vallen waardoor de rechter met de rommel wordt opgezadeld.

De wet
De rechtsstaat kan functioneren als er wetten zijn die deugdelijk zijn opgesteld, maatschappelijk draagvlak hebben, die gelijkwaardig kunnen worden toegepast en kunnen worden gehandhaafd. Daarmee komt er een vaste lijn in beeld: er zijn ontwikkelingen, die veroorzaken een maatschappelijk probleem en/of uitdaging, de politiek neemt zijn verantwoordelijkheid, de mensen gaan er over stemmen en kiezen, er komt een wetsvoorstel dat het historisch ontwikkelde besluitvormingssysteem doorloopt, de handhavers zien er op toe en na een inbreuk op de wet kan de rechter er een uitspraak over doen. Dat is blijkbaar een ideaal. Hierboven zien we een opsomming van de twijfels over de rechtsstaat. Op het gebouw van de Hoge Raad staat mooi in het latijn (naar Hugo de Groot): “Ubi iudicia deficiunt incipit bellum”, onder andere vertaald naar “als de rechter geen recht meer kan spreken dan wordt het oorlog”.

De grondwet
Pieter Omtzigt schrijft: “Anders dan in de meeste andere rechtsstaten kunnen Nederlandse rechters de wetten die zijn aangenomen door ons parlement niet toetsen aan de Nederlandse Grondwet, het deel van het rechtsstelsel waarin onze belangrijkste fundamentele rechten zijn vastgelegd. Rechters mogen wetten wel toetsen aan rechtstreeks werkende internationale verdragen, waarvan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) veruit het belangrijkst is, maar de drempel is hoog. Voor de ultieme toetsing aan grondrechten staat ook altijd de mogelijkheid open om een verzoekschrift in te dienen bij het Europees Hof voor de rechten van de Mens.

‘Toetsingsverbod’
Het is niet langer gepast dat voor de ultieme toetsing aan de grondrechten een Nederlandse burger naar het Hof in Straatsburg moet, omdat de Nederlandse rechter Nederlandse wetten niet aan de grondwet mag toetsen. De constitutionele toetsing aan de Nederlandse Grondwet wordt nu overgelaten aan de wetgever, dus de Tweede en Eerste Kamer en de regering, die er ieder voor zich op moeten letten dat de wetten die zij maken niet in strijd zijn met de Grondwet. Het parlement dient in het wetgevingsproces dus te waarborgen dat mensenrechten in Nederlandse wetten worden gerespecteerd. Maar een garantie dat de betreffende wet wordt ingetrokken of aangepast als deze de rechten van burgers schendt, is er niet. Coalitiepartijen zijn vaak gebonden aan uitgebreide regeerakkoorden en maatschappelijke akkoorden, waardoor de toetsing naar de achtergrond verdwijnt, zelfs wanneer de Raad van State waarschuwt.

Betere discussie
Hierdoor kunnen rechten en zeggenschap van burgers sluipenderwijs worden aangetast. Want zodra een wet eenmaal in werking is getreden, is er geen mogelijkheid meer voor de burger om zich bij de rechter te beklagen als hij zich door die wet aangetast voelt in zijn grondwettelijke rechten. De enige die nog kan ingrijpen is de formele wetgever zelf, wanneer deze tot het inzicht komt dat zijn eerdere beslissing onjuist is geweest of gebleken. Dit druist in tegen de machtenscheiding en het fundament van de rechtsstaat. Een Constitutioneel Hof biedt hiervoor een oplossing en zal leiden tot een diepgaander bewustzijn van de rechten van de burger, ook tijdens het wetgevingsproces. De dreiging dat het grondwettelijk hof een wet onverbindend verklaart en wel vrij snel na de invoering ervan, zal ook leiden tot een betere discussie over de inhoud van de wet.

Artikel 68
Het grondwettelijk hof kan toetsen aan de klassieke grondrechten. Maar het kan eventueel ook andere taken krijgen, zoals voorgesteld door de ‘Staatscommissie Parlementair Stelsel’. Als extra taak is bijvoorbeeld ook toetsing aan Artikel 68 van de Grondwet – het recht op informatie en documenten van Kamerleden – wenselijk want nu probeert de regering die bepaling zelf te veranderen. Dat leidde er dus toe dat relevante documenten in de kinderopvangtoeslagaffaire lange tijd weggehouden werden van de Staten-Generaal. Wanneer een parlementariër rechtstreeks naar het Constitutioneel Hof stapt om een document onmiddellijk van de regering te krijgen, zal de regering zich daarna vrij snel aan de Grondwet houden. De invoering van het Constitutioneel Hof vereist echter een grondwetswijziging en zal dus de nodige tijd vergen”, aldus Pieter Omtzigt.

Rechtvaardigheid
We hebben dus alles in huis om de in de war geraakte rechtsstaat weer op gang te brengen. Het zal geen discussie vergen om vast te stellen dat we allemaal wel graag ‘rechtvaardigheid’ willen. Voor iedereen en op een gelijke wijze tot stand gebracht en verdedigd. Mogelijk blijft de praktijk wel weerbarstig. Zoiets als ‘er moet meer respect komen, vóóral voor mij. “Doe eens even normaal zeggen we dan”. Maar wat willen we nu eigenlijk allemaal echt? Waar hebben we recht op, en welke plichten horen daar dan bij? Als je tegen elkaar zegt dat de ander maar eens normaal moet doen wat zegt dat dan over jezelf?

Het leven delen
Hoe dan ook we moeten het met elkaar waarmaken. Misschien is ‘bij het begin beginnen’ niets anders dan een dak boven je hoofd te mogen hebben, boodschappen te kunnen doen, gezellige buren te hebben, je te kunnen ontwikkelen en te mogen leren, op veiligheid te kunnen rekenen, werk te kunnen doen wat bij je past, wanneer het maar kan een feestje te kunnen vieren. Tja, in je eentje kun je misschien niet veel, je kan wel de keuze willen maken om ‘met elkaar het leven te delen’.





Abonneren

Dit bericht is geplaatst in Het Leven Delen, Rechtsstaat met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.