Telegraafsma #26: Het belang van machtsevenwicht in de rechtsstaat.

Exponentieel
Op het internet gelezen: “Stel, je laat een waterdruppel in de Johan Cruijff Arena op de middenstip vallen. Elke minuut verdubbelt het aantal druppels: 1, 2, 4, 8, 16 en zo verder. Hoe lang duurt het voordat het hele stadion overstroomt met water? De meeste mensen die dit raadseltje over exponentiële groei voorgelegd krijgen, raden iets in de orde van uren. Het juiste antwoord is: na 47 minuten. En dat terwijl er na 30 minuten nog maar een kleine plas rond de middenstip ligt, amper te zien van de tribune. Zogeheten exponentiële processen verlopen op een manier die de menselijke intuïtie tart.

Sociale kantelpunten
Een fenomeen dat optreedt in dit soort processen, is bovendien het tipping point, het kantelpunt. Ergens na de dertig seconden, slaat de situatie in het stadion radicaal om.
Maar wellicht kan de dynamiek van kantelpunten ook benut worden ten goede.
Een groeiende wetenschappelijke literatuur wijst op het belang van ‘sociale kantelpunten’ in maatschappelijke transities. Ook sociale veranderingen gaan vaak eerst tergend langzaam, en dan plotseling heel snel. Denk bijvoorbeeld aan de adoptie van internet.

Systemisch
Het versnellen van dit soort sociale kantelpunten, door bestaande technologieën, initiatieven en ideeën te katalyseren, is een aanpak die past bij de aard van de klimaatcrisis
(RG: als voorbeeld). En wellicht sneller tot oplossingen kan leiden dan nu intuïtief mogelijk lijkt. De klimaatcrisis is een systemische crisis, die ook als zodanig moet worden aangepakt.
Reductie en adaptatie zijn beide nodig. RG: maar wel op een rechtvaardige en vertrouwenwekkende wijze. Zonder rechtvaardigheid en vertrouwen zal er geen draagvlak zijn.

Rechtvaardigheid
Pieter Omtzigt schrijft in zijn boek ’Een nieuw sociaal contract’ (link) over
“Het belang van machtsevenwicht in de rechtsstaat: 
‘Rechtvaardigheid is de houding krachtens welke iemand met standvastige en bestendige wil aan ieder zijn rechten toekent’, zo stelde ooit de filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1225-1274). Zijn definitie van rechtvaardigheid was zeker niet nieuw maar ontleende hij aan het Romeins recht. Via onder andere Plato, Aristoteles, Cicero en Augustinus is deze gedachte van het suum cuique tribuere – ‘ieder het zijne toebedelen – gaande weg gemeengoed geworden in de westerse traditie. De publieke rechtvaardigheid vormt de basisnorm voor het maatschappelijke en politieke leven en is een kernwaarde van onze moderne rechtsstaat. Want in een rechtvaardige samenleving behoren de gelijke rechten van iedere burger ook tegenover de overheid gewaarborgd te zijn. Voor iedereen geldt immers hetzelfde recht en ieder dient zich aan het recht te houden: burgers, organisaties en overheid.

Macht en tegenmacht
In de rechtsstaat heeft de overheid bijzonder veel macht. Deze macht ontvangt zij van de burgers, om zo in de noodzakelijke, gemeenschappelijke behoeften te kunnen voorzien. De overheid is er kortom niet voor zichzelf maar voor de burger, en juist dat legitimeert haar macht, binnen de grenzen van het recht. Deze impliciete afspraak tussen overheid en samenleving – oftewel het sociaal contract – zorgt ervoor dat de macht van de overheid ook alleen voor het doel van het publieke recht wordt aangewend, en niet voor iets anders. Het contract staat dus model voor een vertrouwensbasis. Maar hoe kunnen we er als samenleving op vertrouwen dat het sociaal contract ook daadwerkelijk wordt nageleefd en burgers beschermd zijn tegen potentieel machtsmisbruik door de staat? Het antwoord is: door de rule of law, door de waarborging van de grondrechten en door echt werk te maken van de machtenscheiding: macht en tegenmacht, check-and-balances. Dit zijn de drie grondbeginselen van de rechtsstaat.

Trias politica
Onze rechtsstaat is gebouwd op het principe dat iedere macht begrensd wordt, ook de macht van de staat. Dit gebeurt onder meer door overheidsmacht te spreiden over verschillende organen, die in een bepaald evenwicht tot elkaar staan. Deze machtenscheiding voorkomt dat de staatsmacht de burger blootstelt aan willekeur van de overheid. Aan de basis van dit beginsel staan de ideeën van de Franse sociaal en politiek filosoof Charles Montesquieu (1689-1755). Zijn driemachtenleer, de trias politica, heeft de staatinrichting van veel westerse landen beïnvloed, waaronder die van Nederland, en houdt in dat de macht in een land verdeeld moet zijn tussen een wetgevende macht, een uitvoerende macht en een rechtsprekende macht. Deze drie machten kunnen niet zonder elkaar, het zijn de drie pijlers van elke rechtsstaat. Wel dienen zij onafhankelijk van elkaar werkzaam te zijn en elkaars werking te controleren.

Machtenscheiding
Van een zuivere machtenscheiding is echter nooit sprake, eerder van een systeem van checks-and-balances dat ervoor zorgt dat het evenwicht tussen de drie staatsmachten in stand wordt gehouden. Evenwicht is dus cruciaal en vormt de essentie van de trias politica. In Nederland is de wetgevende macht niet strikt gescheiden van de uitvoerende macht, omdat de uitvoerende macht, de regering, ook wetgevende taken heeft. Het machtsevenwicht is mede hierdoor altijd wat kwetsbaarder geweest. De laatste jaren is het machtsevenwicht echter aan ernstige erosie onderhevig.

Voorbeeld: de toeslagenaffaire
Dat is problematisch want zonder sterke, gezaghebbende instituties die burgers tegen mogelijke willekeur van de staat beschermen, erodeert het sociaal  De toeslagenaffaire heeft pijnlijk helder laten zien wat deze erosie van het sociale contract in de praktijk betekent. Tienduizenden goedwillende burgers zijn onterecht als fraudeurs bestempeld zonder dat zij zich tegen de almacht en willekeur van de staat konden verweren. De persoonlijke schade is enorm en het vertrouwen in de overheid is onder grote delen van de bevolking – geheel terecht – ernstig beschadigd”. (Ander voorbeeld: ‘Groningen’). …………..”.

Tweedeling
“De ingewikkeldheid van de regelgeving zorgt op zichzelf al voor een tweedeling in de samenleving, waar de groep die het kan bijbenen steeds kleiner wordt. De overheid lijkt steeds minder gericht op dienstbaarheid aan de burger – aan het sociaal contract – en steeds meer op het blindelings volgen van regels en procedures, zonder oog te hebben voor de werkelijkheid en de problemen waar veel burgers tegenaan lopen.

Kantelpunt
De geschiedenis leert ons dat juist die sluimerende onvrede in de samenleving gevaarlijk kan zijn en tot wanorde, verzet en zelfs opstand, tot revolutie kan leiden. Het is daarom van groot belang dat we het vertrouwen tussen overheid en burgers herstellen en werken aan over en weer controlerende instituties”. Tot zover Pieter Omtzigt.

Keuzes
Ook voor wat de rechtsstaat betreft  staan we misschien wel op een kantelpunt. RG: of we pakken het goed op en gaan, eerst langzaam maar zeker, de goede kant op. Of we gaan exponentieel de afgrond in. Maken we maar weer eens twee vergelijkingen.
Het Openbaar Ministerie heeft nadrukkelijk op de website staan: “Rechtvaardigheid is een kernwaarde van onze rechtsstaat”. Tegelijkertijd doet men allerlei onderzoeken, aldaar (Rapport Fokkens), naar de integriteit van de mensen en de organisatie. Conclusie: we zijn niet integer maar gaan ons best doen om het te worden met een stappenplan. Vergelijkbaar het RIVM: tot 2025 zijn wij niet integer, maar ‘we werken er aan’. Het was toch de voormalige politica / bestuurder Ien Dales die zei: “je bent zwanger, of je bent niet zwanger”.
Hoe moeilijk kan het wezen?

Schade
Totdat er echt gewerkt gaat worden aan het herstel en de verdere ontwikkeling van het sociaal contract blijven er wel de nodige mensen, (slachtoffers toeslagenaffaire, ‘Groningers’, woekerpolishouders, pensioengerechtigden, enzovoort, enzovoort), met de gebakken peren zitten. Niet met een enkelvoudige schade, maar met een exponentiële schade: enorme gevolgschade.

De kloof
Zoals macht en tegenmacht naast elkaar voorkomen, zo zijn deze zelfde krachten elkaars opponenten vanuit de leefwerelden tegenover de systeemwerelden.  Als de verschillen groot zijn en het contact tussen de werelden  verbroken blijkt te zijn dan is ‘de kloof’ groot en schijnbaar niet te overbruggen. Wetten en wetgeving, rechtvaardig toegepast, moeten er dan weer een gelijk spel van maken. De kloof overbruggen.

De vraag is: welke kloven zie jij, wat is er volgens jou aan de hand, en wat moet er aan gebeuren ‘om de bruggen te bouwen’? We horen het graag: reactie@telegraafsma.nl

Abonneren

Dit bericht is geplaatst in Pieter Omtzigt, Rechtsstaat met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.