Telegraafsma #42: Martin van Rossum over ASR Waerdye en de geloofwaardigheid van het klachteninstituut KiFiD.

7 april 2022 was de dag dat maar liefst 6 dossiers over de Waerdye-verzekering in hoger beroep bij het KiFiD werden behandeld. De advocaat van ASR – Sjoerd Meijer van NautaDutilh – gooide maar meteen zijn kaarten op tafel: de uitspraken van de Commissie van Beroep deugen op een aantal punten gewoonweg niet, maar ASR legt zich daar bij neer. De Commissie werd opgeroepen dus dan maar ook de grieven van de 6 Consumenten niet meer te behandelen en te volharden in de “bestendige lijn” uit eerdere uitspraken, welke “lijn” inhoudt dat bepaalde kosten moeten worden vergoed, maar dat de Commissie zich maar niet meer moet uitlaten over de geheimgehouden risicopremie.

De recente uitspraak van de Hoge Raad ECLI:NL:HR:2022:166 moet wat betreft ASR ook maar genegeerd worden, want de uitleg die de Advocaat Generaal in haar conclusie daaraan heeft gegeven (verzekeraars waren verplicht vanaf het moment dat zij hun product op de markt brachten over drie dingen informatie te verschaffen: over de kosten, over de risicopremies en over de beleggingsrisico’s) kwam ASR te slecht uit.

Maar hoe zat het ook al weer met dat Waerdye-product? Het is een beleggingsverzekering van het type “unit-linked”, dus met een vaste risicopremie, die in dit geval geheim werd gehouden, hoewel Consument meer dan aannemelijk heeft gemaakt (om niet te zeggen heeft bewezen) dat daar op hun beurt ook weer geheimgehouden kostenopslagen in waren gestopt. Waardoor qua risicodekking dit product zeer ongunstig afsteekt bij andere beleggingsverzekeringen met een ingebouwde risicodekking.

Waerdye kent een tweede bijzonderheid en dat is dat op elke premievervaldag Waerdye-eenheden tegen de op dat moment bekende koers worden ingekocht ter waarde van de brutopremie na aftrek van wat dan heet de vaste doorsneerisicopremie. Dat betekent dat geen enkele herberekening van de poliswaarde – of ook geen enkele compensatievergoeding – goed valt na te rekenen zonder die doorsneerisicopremie te kennen. Die aangekochte beleggingseenheden werden dan namelijk jaarlijks qua aantal met 4% verhoogd (“opgerent” heet dat), waarbij die 4% rekenrente weer werd verrekend met het werkelijk fondsrendement, om op de koers per Waerdye-eenheid uit te komen. Die koersen werden door ASR gepubliceerd, maar weken dus af van de fondsrendementen van bijvoorbeeld Robeco die je in de financiële dagbladen kunt vinden.

Tijdens de zitting kwam boven tafel dat ASR beweert de doorsneerisicopremie van al die dossiers waarover we al soms 10 jaar procederen niet meer bij ASR bekend zijn. Geen back-up, nog maar 1 actuaris bij ASR die verstand heeft van de Waerdye-systematiek en de ASR heeft nieuwe administratiesoftware heeft moeten schrijven om de uitspraken van de Geschillencommissie uit te voeren (de Geschillencommissie oordeelde immers al dat alleen de kosten die in de polisvoorwaarden stonden vermeld in rekening mochten worden gebracht). Die actuaris heeft daarbij wel bepaalde aannames moeten maken, die niet meer gecontroleerd kunnen worden.

Tot vandaag hadden Consumenten er vertrouwen in dat in ieder geval de uitspraken van de Geschillencommissie correct werden uitgevoerd. Maar na de verklaring van vandaag dat de informatie over de werkelijk ingehouden doorsneerisicopremie niet meer beschikbaar is en er allerlei van elkaar afwijkende cijfers circuleren moet dat nu ernstig betwijfeld worden. Voor wiens risicoaansprakelijkheid moet deze administratieve wanorde blijven en hoe lang staat de Commissie van Beroep toe dat ASR hier mee wegkomt?

Consumenten hebben ondertussen voorgerekend dat die doorsneerisicopremie een disproportioneel effect had op de waardeontwikkeling en wensen bij gebrek aan betwisting van hun stellingen in het gelijk gesteld te worden. Dat de Commissie van Beroep in eerder uitspraken heeft geblunderd, door bijvoorbeeld de zogeheten actuarieel berekende risicopremie (of het gemiddelde daarvan) aan te zien voor de in werkelijkheid veel hogere onttrokken doorsneerisicopremie maakt dat niet anders.

Als de Commissie van Beroep haar eerdere feitenvrije opinies niet corrigeert volgt vernietiging van de uitspraak bij de rechtbank, vanwege kennelijke ondeskundigheid bij de Commissie om de rechtsfeiten te onderkennen en andere kapitale schendingen van de procesregels.

Tekst: Martin van Rossum

Dit bericht is geplaatst in Beleggingsverzekeringen, KiFiD, Transparantie, Woekerpolissen met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.