Telegraafsma #73: Open brief aan de heer Rinus Otte, voorzitter van het College van procureurs-generaal: ……….. ‘Duizend Dingen’.

Geachte heer Otte, ………..

Stapels werk
In het nummer 1/2024 van ‘Binnenlands Bestuur’ spreekt u over een noodzakelijk op te stellen ‘prioriteitenagenda’. Noodzakelijk omdat er lange doorlooptijden en grote voorraden dossiers zijn ontstaan bij uw Openbaar Ministerie. Veel aangiften worden niet in behandeling genomen en vaak volgt er geen beslissing of uitspraak. Deze waarnemingen worden aangenomen als voldongen feiten en het is uw voorstel om meer gericht te werken aan de kerntaken opsporing en vervolging ten nadele van de preventie.

Dascha als voorbeeld
Uw situatie roept herkenningen op. Zoals naar de moord op mijn dochter, hier slechts als voorbeeld genoemd. Vergelijkbaar met meerdere levensdelicten, de vele zedendelicten en de vele andere vormen van misdrijven waar blijkbaar direct geen onderzoek en verdere behandeling van mogelijk is. U kent ongetwijfeld het boekje ‘Hoe spoor je de (bijna) perfecte moord op? waarin de dood van Dascha als voorbeeld en lesmateriaal van een (bijna) perfecte moord wordt besproken. Aanhoudend als voorbeeld, het dossier van het eigen onderzoek naar de dood van mijn kind Dascha dat aan uw ministers is aangeboden, bied ik ook u aan. Ondanks dat er een schaduwprotocol in werking is gezet is de framing van een zelfdoding in het geval van Dascha niet geslaagd. Een ongeval is ook niet gebleken en het dossier is verder met feiten verrijkt ondanks de tegenwerkingen. ‘We hebben het werk zelf moeten doen en zijn er nog niet mee klaar’. Alle redenen om ook hier te vragen ‘waar de grenzen liggen waar u naar op zoek blijkt te zijn’. Vergelijkbaar met het door u in het artikel genoemde ‘grensonderzoek De Mos’, naar waar u wel moet en wil vervolgen.

Keuzes maken
U wil meer bedrijfskundig gaan werken en nadrukkelijk toch de menselijke maat a priori centraal houden. De kwaliteit voorop maar wel met meer focus op bepaalde punten. Of dit keuzes zijn die men moet beschouwen als zelfstandige keuzes van uw Openbaar Ministerie of ‘politieke keuzes’, het zijn in ieder geval keuzes die maatschappelijk draagvlak zullen vereisen. Ziet u svp dit TNO-document als beredeneerde grondslag voor gedegen ‘eigen onderzoeken’ in samenwerking met de politie c.s. als mogelijk gevolg als bepaalde onderzoeken en dossiers niet meer door het Openbaar Ministerie en de politie behandeld gaan worden. Worden met dergelijke keuzes ook op die manier de consequenties ook bezien? Zoals vervolgens de onbeschikbaarheid en ontoegankelijkheid tot bepaalde disciplines en bevoegdheden?

Oorzaken en gevolgen
Bijvoorbeeld in het geval van Dascha. Bij Dascha is de keuze is niet op de waarde van het leven en de dood van Dascha gevallen: geen onderzoek, wel (foute) conclusies. Met nadruk: weer als voorbeeld, want net zo bij andere vergelijkbare strafrechtzaken die niet worden behandeld. Mensen als slachtoffer van systeemgebreken waarbij blijkbaar gesteld kan worden dat er ook geen prioriteit kan worden gegeven aan het opheffen van de oorzaken en gevolgen van deze gebreken. Mogelijk ook door u: uw keuzes, zijn deze niet slechts gebaseerd op het verminderen van de gevolgen en niet op het wegnemen van de oorzaken?

‘De Driehoek’
U stelt dat ‘De Driehoek’ de punt – de politie – naar beneden heeft. Het ‘Openbaar Ministerie’ stuurt aan vanuit het strafrecht, ‘De Burgemeester’ stuurt met een eigen zienswijze, de ‘couleur locale’ de openbare orde en veiligheid aan. Met als feitelijk gebrek een handhavingstekort dat bottom-line door de politie moet worden opgelost: duizend dingen op het bord van de politie die het maar moet uitzoeken. U stelt duidelijk: “linksom of rechtsom moet dat handhavingstekort worden gelenigd. Of door de politie, of door boa’s, of ……. door bepaalde feiten niet meer in behandeling te nemen“. Dus: “je moet criteria ontwikkelen die maken dat je soms vanuit het strafrecht niet acteert”, zegt u.

Eigen onderzoek
Zoals dus – bijvoorbeeld weer – bij Dascha, dus is gebeurd. Resultaat: we moeten het als burgers maar zelf gaan doen. Zo goed mogelijk en tot aan de ‘bijna uitputting’: zonder de benodigde middelen, capaciteiten en bijbehorende bevoegdheden. (Wij prijzen ons gelukkig met de vele vrijwillige hulp en bijstand, zoals van ‘de vrijwillige politie’ die Dascha met een veelheid aan mensen niet in de steek laat. Het is dankzij deze hulp en bijdragen dat we de beschrijving van de scenario’s  van het ontstaan van haar dood niet meer behoeven te accepteren als een conclusie zonder onderzoek en met het juiste woord kunnen gaan benoemen. Want: de gevonden feiten worden nu wél getoetst waarbij vakkundigheid niet ontbreekt.

‘Blauwe harten’
Mogelijk trekt u uw conclusies vooral bepaald door en vanuit de systeemwereld. Ook in de leefwerelden gebeurt er veel. Dossiers zoals die van de dood van Dascha laten zien dat er veel druk ligt op politiemensen. Algemeen gesproken: 1 op de 7 politiemensen heeft PTSS (trof ik als gegeven op het internet), deskundigheden kunnen niet naar het juiste niveau worden gebracht, over de onmachten spreken – met het vuile duizend dingen doekje in de hand – is een taboe, meermaals wordt er gesproken van een dwang- en angstcultuur, goede mensen vertrekken gefrustreerd, enzovoort.

‘Empty faces’
Tijdens het onderzoek naar wat er werkelijk met Dascha is gebeurd heb ik veel met mensen van gemeenten, de politie en het Openbaar Ministerie te maken. Heel vaak kijk je in ‘empty faces’. Het protocol is, in het vervolg op het negeren, enzovoort: even zeggen hoe vreselijk het allemaal is en daarna gewoon weer doorgaan alsof er niets aan de hand is. Mijn mening is: er zijn vele taboes en onmachten. Men wil wel, maar kan niet. Tot men ook niet meer wil. Zo ook uit het verlies van alle beschaving: ‘we passen het dossier wel aan, we maken er gewoon een ongeval van, kun je er dan mee leven René’. Met enkel keuzes gemaakt op basis van een excel-rekenblad kom je er niet, worden de taboes niet doorbroken. De verhalen moeten verteld worden.

Opportuniteitsbeginsel
De macht van het opportuniteitsbeginsel ligt bij het Openbaar Ministerie. Feitelijk geeft het OM haar goedkeuring aan de dood van Dascha. Vergelijkbaar met: ‘er is in een woning ingebroken, er is het nodige gestolen en de politie krijgt de taak te zeggen: “we gaan er niets aan doen, er heeft zich bij ons geen enkele boef gemeld. We kunnen niets en wat er onder aan de streep overblijft is privacy, dat hebben we zo als redmiddel voor ons zelf bedacht”.

Richtlijnen
De politie krijgt van het Openbaar Ministerie richtlijnen over welke zaken er wel en niet behandeld gaan worden. De politie als poortwachter. De burger heeft er recht op te weten wat die richtlijnen bepalen óf en op welke wijze de regering, de direct betrokken ministers en de politiek daar verantwoordelijkheid voor nemen. Op welke handhaving en rechtsbescherming men niet meer hoeft te rekenen. De vraag is dan of eigen initiatieven kunnen bijdragen aan het opheffen van óók het opsporingstekort? En wie uiteindelijk de rekeningen gaat betalen? Dascha en de vele vergelijkbare zaken, geen onderzoek wel conclusies, vormen daar voorbeelden van.

bOM
We blijven het leven delen: daarom vertalen we wat we ervaren en geleerd hebben als aan u aan te bieden bijdragen:
– er is opleidingsmateriaal gemaakt dat wordt aangeboden aan de Politieacademie en geïnteresseerden in het algemeen (link naar Mens en Politie);
– we zullen presentaties aan gemeenteraden, besturen en vergelijkbare gremia zoals de Tweede Kamer gaan verzorgen om ‘de verhalen wél te vertellen’;
– er komt een documentaire met als werktitel bOM waarin de verhalen verteld en verbeeld zullen worden;
– er onvermijdelijk toch aangiften zullen worden gedaan;
– met een morele ondersteuning van de politiebonden (NPB, ACP, Equipe, en ANPV). Men schrijft: We hebben veel begrip voor de situatie, maar we zien het primair niet als onze taak om tijd en bijdragen te leveren aan individuele projecten waarbij in meer of mindere mate de politie en haar medewerkers betrokken zijn. Wij zijn een ledenvereniging die haar handen vol heeft om voor haar leden op te komen en hen te helpen en te begeleiden waar nodig, als individu of als collectief. In dat laatste ligt onze focus op de arbeidsvoorwaarden en het wel en wee van alle politiemedewerkers; in het eerste geval zijn leden van harte welkom om hulp te vragen als ze problemen hebben met hun werkgever of collega’s of (recherche onderzoeken waar zij betrokken bij zijn (geweest). Vooralsnog zeg ik, omdat we wel openstaan om nog eens te bezien – wanneer de documentaire af is en is opgeleverd, om daar als politievakbond eventueel een commentaar of reactie op te geven. Tot die tijd, wens ik je, ook namens de collega’s die zich hierover hebben gebogen, het beste toe en succes met de productie van de documentaire.

Rechtvaardigheid als kernwaarde
Het mogelijk en haalbaar maken van de werkelijke redenen van bestaan en doelstellingen van het openbaar bestuur, de politie, het Openbaar Ministerie en de rechtelijke macht – met onder andere ‘de rechtvaardigheid als kernwaarde’ – kan een voornaamste meetfactor zijn voor de kwaliteit van het bestuur en de functionele organisatie van ons land. Om het leven te blijven delen.

Grote schoonmaak
Mijn mening is: ‘Mijnheer Otte: u hoort aan de ‘formatietafel thuis’ om uw échte boodschap als opdracht aan de onderhandelaars mee te geven. De verstopte afvoerput te openen, de deksel van de doofpot te halen om vervolgens de beerput te legen. Dat is, uit de duizenden dingen, de prioriteit’. Dé plek om aan te geven:
– dat de ‘couleur locale’ tegenstrijdige dubbele maten veroorzaakt en er onbegrepen willekeur bij gelijksoortige zaken gaat ontstaan;
– dat onmachten en daaruit volgende mogelijke eigenrichting voorkomen moet worden;
– dat de reflexbogen van de systemische ondermijning en zelfs corruptie onvermijdelijk zijn;
– dat stukken gelezen blijven worden alvorens aan het dossier toegevoegd;
– dat het framen van slachtoffers, met schaduwprotocollen en machtsmisbruik, niet echt een goed en rechtvaardig plan van aanpak is om maar van dossiers en taken af te komen;
– dat slachtoffers zich niet altijd naar de opgedrongen rol zullen gedragen;
– dat over de dood van een kind niet te onderhandelen valt;
– dat de rechter het laatste woord behoort te houden: ‘Ubi iudicia deficiunt, incipit bellum’,
– én dat de rechter dit laatste woord niet door wisselende poortwachters met tegenstrijdige belangen kan worden onthouden;
– én: dat de politie niet de klappen kan blijven opvangen’.

N.B. Hoe dan ook: iedereen kan altijd helpen (klik link).

Dit bericht is geplaatst in Dascha met de tags , , , , , , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.