Telegraafsma #31: Het belang bepaalt de mening

Politiek is de wijze waarop in een samenleving de belangentegenstellingen van groepen en individuen tot hun recht komen – meestal op basis van onderhandelingen – op de verschillende bestuurlijke en maatschappelijke niveaus. We hebben al enige tijd de verkiezingen voor de Tweede Kamer achter de rug en we kunnen nu dan ook op deze begripsomschrijving terug vallen om de huidige status van het bestuur van ons land te begrijpen, en / of daar een mening over te hebben. Debatten in ‘de Kamers’, in de media, op pleinen en in straten etaleren de verschillende manieren van denken. Doorslaggevende argumenten moeten het pleit bezorgen. Stemmingen moeten tot besluitvorming leiden. Machtsverhoudingen spelen een hoofdrol bij het maken van de keuzes, het inrichten van het beleid, bij het spelen van het spel, het kiezen van een pad.

“Onderzoek toont aan, …….”
Een dagelijks gehoorde uitspraak: “onderzoek toont aan, ….”. In politieke debatten, bij dagelijkse besluitvorming, bij het verdedigen van belangen, bij het ondernemen, enzovoort zodra het van belang is vertrouwen te winnen of een ander te overtuigen spreekt men deze woorden uit. Zo van: “ik heb echt wel gelijk, want wetenschappelijk onderzoek bewijst mijn gelijk”. Je zal dus aan de studie moeten om net zo overtuigd te raken als degene die jou met al die wetenschap en bewijzende onderzoeken confronteert. Als je de moeite wil nemen je in het denken en doen van een ander te verdiepen ‘dan moet je aan de bak’.

Wat is wetenschap eigenlijk?
Opgezocht op Wikipedia: “Wetenschap is zowel de systematisch verkregen, geordende en controleerbare menselijke kennis, het bijbehorende proces van kennisverwerving, als de gemeenschap waarin deze kennis wordt verzameld. Deze gemeenschap heeft haar eigen wetenschappelijke methodes en afgesproken gewoonten om tot hypotheses, wetmatigheden, theorieën en systemen te komen. Moderne wetenschap heeft verschillende kenmerken, die min of meer gelden in uiteenlopende vakgebieden. Wetenschap wil onder meer aspecten van de ervaren werkelijkheid op een systematische en gedegen wijze onderzoeken en proberen te begrijpen. Daarmee kan men de werkelijkheid zoals de natuur soms beheersen en soms verschijnselen voorspellen”.

Wetenschappelijke methode
Wetenschap volgt doorgaans de wetenschappelijke methode. Dat is niet zomaar wat. Je kan dus niet zomaar zeggen dat “onderzoek jouw gelijk bewijst”. Je kan je gelijk niet zomaar even van een plank af nemen en je mening er mee afdoen. Nog maar eens verder met definiëren:

“Wetenschap:
* wil diepgaande algemene verbanden ontdekken (wetmatigheden) die een veelheid van verschijnselen rationeel verklaren met een toetsbare theorie. Voor het beschrijven van de verbanden gebruikt wetenschap vaak de wiskunde;

* wordt ondersteund door empirische gegevens verkregen door bijvoorbeeld experimenten, bronnenonderzoek, veldonderzoek of andere manieren en zo nauwkeurig mogelijke beschrijvingen daarvan;

* is toetsbaar en stelt zich daarmee bloot aan eventuele weerlegging (falsifieerbaarheid, falsificatie). Weerlegging werkt zuiverend en is essentieel omdat het leidt tot verbetering van de theorie en tot nieuwe experimenten. Als een bewering geen aangrijpingspunten in de werkelijkheid of in de wiskunde biedt – niet toetsbaar is en dus ook niet weerlegd kan worden – heeft de wetenschap daar niets aan;

* kan vaak voorspellingen doen en stelt zich daarmee bloot aan die eventuele weerlegging via falsifieerbaarheid en falsificatie;

* geeft aan welke beperkingen er zijn aan de geldigheid van veronderstellingen, methoden en resultaten. Levert zelfkritiek;

* maakt gegevens openbaar en geeft inzicht in de gebruikte methoden zodat anderen het onderzoek kunnen controleren en eventueel herhalen, is reproduceerbaar. Methoden, resultaten en conclusies worden beargumenteerd, en discussie wordt met argumenten gevoerd;

* publiceert uitkomsten veelal in een overzichtelijk wetenschappelijk artikel en in een wetenschappelijk tijdschrift en presenteert deze op congressen. Wetenschappelijke tijdschriften laten ingestuurde artikelen beoordelen door collega-onderzoekers (deze referees voeren de collegiale toetsing of peerreview uit). Zij adviseren de redactie van het tijdschrift over verbetering, aanvaarding of afwijzing van de artikelen. Wetenschappelijke tijdschriften zorgen voor regelmatige samenvattingen en beoordelingen (reviews) van de voortgang in een vakgebied, geschreven door vooraanstaande onderzoekers. Ook organisatoren van wetenschappelijke congressen selecteren bijdragen en laten overzichten van een vakgebied maken;

* controleert eerder verkregen resultaten van andere onderzoekers en herhaalt experimenten en andere vormen van onderzoek. Als een resultaat niet gereproduceerd kan worden, vervalt dat resultaat (wetenschap zuivert zichzelf);

* bouwt voort op werk van anderen maar pleegt geenplagiaat en citeert met bronvermelding;

* is neutraal en niet direct gebonden aan een bepaalde ideologie, commerciële onderneming, politiek, godsdienst of eigen belang. Doet bijvoorbeeld ter verklaring geen beroep op een religieuze ideologie die bovennatuurlijke machten erkent of op een politieke of racistische ideologie. Is ook in deze zin objectief:

* is een sociale activiteit: resultaten worden vaak in groepsverband verkregen, en altijd in overleg beoordeeld, aanvaard of afgewezen. Onderzoekers in een vakgebied zijn doorgaans georganiseerd in nationale en internationale gemeenschappen of beroepsverenigingen, die regelmatig wetenschappelijke congressen organiseren ter bespreking van onderzoek;

* omvat het ontwikkelen en gebruik maken van kennis in de praktijk in zogenaamde op toepassing gerichte of toegepaste wetenschap;

* is systematisch in de zin dat steeds wordt getracht series gelijkvormige vragen te beantwoorden en lacunes in de kennis op te vullen”.

Slechte wetenschap
Aan de hand van deze kenmerken kan wetenschap van slechte wetenschap, pseudowetenschap en wetenschappelijke fraude worden onderscheiden. Slechte wetenschap kan bestaan uit slordig onderzoek, gebruik van een wankele theorie en regelrechte fraude. Pseudowetenschap kan gebruikmaken van een onbewezen theorie of gegevens die niet bevestigd kunnen worden door herhaling van waarnemingen of experimenten.

‘De waarheid’
Er bestaat dus goede en slechte wetenschap. Dat kun je onderzoeken en uiteindelijk wel bewijzen. Edoch: in de politiek werkt het blijkbaar toch anders. Macht en tegenmacht speelt een rol, slimmigheid, ambities, persoonlijke verhoudingen, talloze invloeden van buitenaf, de waarheid van de één is niet zo maar de waarheid van de ander. Er wordt wat afgepraat, ……
De ene partij laat aan de andere partij zien wat hij of zij wil, men giet de eigen werkelijkheden in voor ieder voor zich passende modellen. Het is een werkwijze geworden: men maakt de modellen zo dat er in ieder geval een gewenste uitkomst te verwachten is. Er gaat input in en er komt output uit, steeds vaker er tussen in: een ‘black box’, ………..Of vergelijkbaar met zoals Picasso het gezegd heeft: “zo’n regering is net een computer. Er komen alleen maar antwoorden uit”.

Pieter Omtzigt maakt daar een analyse van met zijn streven naar:
Minder planbureau’s, minder modellen, meer mensen, meer denktanks
Hij zegt daarover in zijn boek ‘Een nieuw sociaal contract’: “We hebben gezien hoe ingewikkeld de belastingen in Nederland geworden zijn als gevolg van de modellen waarmee gewerkt wordt. Hoe meer prikkels nodig zijn, wordt bepaald aan de hand van die modellen en niet aan de hand van de realiteit. De Rekenkamer geeft namelijk aan dat de regering eigenlijk nooit onderzoek doet naar de bijna 100 miljard euro belastingfaciliteiten die in Nederland bestaan. De prikkels zijn enorm, maar het effect wordt niet gemeten.

Voorlichters
Meer dan zevenhonderd voorlichters verkopen het beleid. Begrijp me niet verkeerd: een ministerie heeft voorlichters nodig en in een pandemie is publieksvoorlichting een zeer belangrijke functie. Maar het gegeven dat minder dan honderd mensen bij de Wetenschappelijke Raad voor het regeringsbeleid en de adviesraden werken (inclusief een enkele voorlichter) laat zien hoe ver dit uit balans is. Er is ook geen adviesraad voor belastingen en uitkeringen. Terwijl juist in het gecompliceerde samenspel enorm problemen zitten, die veel kennis, studie en tijd kosten.

We hebben daarom in Nederland een aantal zaken nodig:
* Meer denktankcapaciteit, juist ook bij de overheid zelf over het vastgelopen belastingstelsel en ook de rechtsstaat. Op deze beide terreinen helpt het niet om nog een prikkel tegen het licht te houden of om te kijken aan welke knop er dit jaar gedraaid kan worden. Het is noodzakelijk om het hele systeem te doorgronden en tegen het licht te houden. Het aantal voorlichters daarentegen is de afgelopen jaren te hard opgelopen.
* De overheid gebruikt alleen open modellen, en maakt ruimte voor discussie over de modellen en hun uitkomsten.
* De Algemene Rekenkamer bekijkt achteraf hoe duur de maatschappelijke kosten werkelijk zijn van bijvoorbeeld de maatregelen uit het klimaatakkoord, en stelt daarvoor ook de definities vast.

Definities en modellen
Het zal dus niet meer mogelijk zijn om vrijelijk eigen definities en eigen niet-transparante modellen te bedenken met betrekking tot maatregelen. Soms denk ik wel dat als je het beleid echt wil bepalen, je de definities en de modellen moet maken en niet de wetten.

Openheid over informatie en een goede informatiehuishouding
Het lijkt zo simpel, maar de informatie bij de Rijksoverheid is al lange tijd niet op orde. De Belastingdienst kon de dossiers van burgers niet samenstellen en was niet in staat de Kamer goed te informeren. Daar kwam bij dat lange tijd niemand in de top van de Belastingdienst in leek te zien hoe een combinatie van maatregelen desastreus uitpakte.

De wereld op zijn kop
Als je informatiesystemen en archieven niet op orde zijn, neem je dus foute besluiten, kun je burgers niet helpen en komen sommige burgers en bedrijven helemaal klem te zitten. Het is toch vreemd dat de minister-president zorgt dat er nauwelijks gespreksverslagen zijn van zijn bijeenkomsten waarin over miljarden besloten wordt, in een land waar de thuiszorg een minutenregistratie bijhoudt van elk contact met cliënten en waar de leraar op de basisschool uitgebreide leerlingvolgsystemen moet invullen. Dit is de wereld op zijn kop en een manier om niet controleerbaar te (willen) zijn.

Informatiestandaarden
De regering gaat een regeringscommissaris hiervoor aanstellen. Dat is een eerste stap, maar er is meer nodig: de regeringscommissaris moet ook standaarden opstellen voor welke verslagen opgesteld moeten worden en welke stukken bewaard moeten worden. En de Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed moet archieven controleren en boetes opleggen als de informatiesystemen en archieven niet aan wettelijke eisen voldoen”. Aldus Pieter Omtzigt.

Verder
We moeten nu verder: er is dus nog geen nieuwe regering. Op vele terreinen wordt er om beleid en bestuur geschreeuwd. ‘Het is een meervoudige crisis’. De gesprekken moeten worden gevoerd, er zullen resultaten moeten komen. Keuzes in acties en daden worden omgezet. Aan de slag: met dé waarheid. Een vraag: “Hoe bepaal jij jouw waarheid, waar je een ander van wil overtuigen?”. Welke belangen en modellen bepalen jouw meningen?

Abonneren, klik op deze link

Geplaatst in Pieter Omtzigt, Wetenschap | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #30: ‘Armoede, …’

Een goede relatie, Willem Massier, schrijft op zijn website (www.willemmassier.nl):
“Getriggerd vanuit ervaringen in mijn eigen jeugd werd ik – in aanloop naar de Tweede kamer verkiezingen in 2021 – getroffen door een artikelen reeks op ‘Follow the Money’. ‘Dit kan niet waar zijn’, dacht ik in eerste instantie, toen ik las dat in Nederland anno 2021 de armoede bewust in stand wordt gehouden. Het bleek wel waar te zijn. Ondanks het feit dat armoede en schulden grote impact hebben op de gezondheid en het welzijn van mensen en hun opgroeiende kinderen. Vooral als financiële problemen langere tijd aanhouden. En laat dat nu juist aan de hand zijn.

Willem Massier

Leven in armoede is een immens probleem. Het is lijden!
Ga maar na:
– constante stress;
– je kinderen niet kunnen geven, wat andere ouders wel kunnen;
– of als kind geen recht hebben op kinderbijslag omdat je ouders geen vaste woon- of verblijfplaats hebben;
– soms in het openbaar worden gekleineerd;
– een enorm gevoel van minderwaardigheid;
– de constante be- en veroordeling vanuit de maatschappij;
– overal voor moeten verantwoorden
– meer kans op problemen met werkloosheid, uitkeringen, relaties, schulden, gezondheid, en wonen;
– niet echt kunnen meedoen in de samenleving: emancipatie en participatie van arme mensen in de samenleving is kleiner, denk maar aan de kosten voor reizen, relaties, geschenken, ontvangsten, contributies, etentjes, etc.

Kinderen krijgen al deze zaken ook mee!
Het Kinderrechten collectief schrijft in een op 30 april 2021 gepresenteerd rapport over de Nederlandse situatie, dat één op de dertien kinderen opgroeit in armoede, ook al heeft 40 procent van hen werkende ouders. De politiek houdt armoede bewust in stand!
Omdat er een prikkel vanuit zou gaan om arme mensen ‘weer’ aan het werk te krijgen, waardoor ze ‘ons’ minder kosten.
Maar …………
– iedereen met gezond verstand begrijpt, dat een mens vanuit de hierboven geschetste positie nauwelijks kans heeft op een baan die echt perspectief biedt;
– ook keihard werkende mensen (veelal ZZP-ers) en ouderen die – zonder dat ze daar iets aan konden doen – hun baan kwijt raakten, horen tot deze groep;
– er wordt dus helemaal geen rekening gehouden met wat dit voor opgroeiende kinderen en jongeren betekent en de lasten (denk aan de nu al volkomen overbelaste Jeugdzorg) en kosten die de tijdens het opgroeien opgelopen schade later voor de samenleving betekenen.

Zelfs een grondrecht als wonen staat door regeringsbeleid onder druk.
Wonen is zowel in de Grondwet als de Universele Verklaring van de rechten van de mens een grondrecht. De woningcrisis in Nederland wordt veroorzaakt, doordat dit grondrecht volledig wordt overgelaten aan het recht van de sterkste via het heilig geloof in de markt.
De situatie verbetert niet, maar verslechtert door de coronapandemie, maar ook door actuele politiek:
– tot 2035 wordt de nu volgens het CPB en SCP al € 3.000 te lage bijstandsuitkering verder afgeroomd.Het tijdens verkiezingstijd gedropte – maar ook bij andere partijen levende – idee van CDA-minister Hoekstra om de WW met nog een jaar te verkorten;
– de nieuwe deurwaarderswet die het voor mensen met schulden nog moeilijker maakt om daar ooit weer uit te komen;
– en eerder al: de verhuurdersheffing, waardoor de sociale woningbouw kwakkelt;
– de uitholling door verregaande bezuinigingen op eerst de sociale advocatuur en vervolgens de rechtbanken”.

Willem Massier zit niet stil:
“Volop inzetten op en ondersteunen van genoemde lokale initiatieven betekent meer sociale cohesie in de buurt. Het betekent ook, dat mensen elkaar meer ontmoeten, beter leren kennen en gemakkelijker gaan helpen als dat gewenst of noodzakelijk is. Tegelijkertijd biedt sociale cohesie ook grote kansen om een sociaal netwerk te bouwen en daarmee ondersteunende initiatieven veel dichterbij de doelgroep te brengen. Maar de grote boosdoener voor mensen levend in armoede of worstelend met trauma’s, schulden, laaggeletterdheid, ontslag, discriminatie en ondermijning blijkt steeds de structurele en verlammende immense stress. Ook daarvoor is een goed en warm sociaal netwerk een belangrijke weg naar verbetering van situaties: gedeelde smart is halve smart. En ook zodra mensen het aandurven de schaamte voor hun stressfactor te delen, kan het sociale netwerk ook zijn wegwijzerende en zelfs genezende werk doen”.
(Meer op de website van Willem).

Grondwettelijke taken
Ook Pieter Omtzigt wijst op het belang de grondwettelijke taken van de staat, onderwijs, volkshuisvesting, een bestaansminimum, serieus te nemen: “De Grondwet bevat ook taken die niet kunnen worden afgedwongen via een constitutioneel hof, zoals deze drie voorbeelden:
– Artikel 20.1 De bestaanszekerheid der bevolking en spreiding van welvaart zijn voorwerp van zorg der overheid.
– Artikel 22.2 Bevordering van voldoende woongelegenheid is voorwerp van zorg der overheid.
– Artikel 23.1. Het onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regering.

Sociaal minimum
We moeten deze taken echt serieus nemen als kerntaken van de overheid. Ze staan immers niet voor niets in de Grondwet. Wat artikel 20 betreft, betekent het bijvoorbeeld dat wij heel helder moeten definiëren wat het sociaal minimum is voor verschillende huishoudsamenstellingen en dat we dat vervolgens ook als uitgangspunt nemen. Niet op basis van modellen maar op basis van wat mensen echt nodig hebben. Dit zouden we elke twee jaar moeten doen. Het opnieuw geijkte sociale minimum is dan ook het uitgangspunt voor bijvoorbeeld uitkeringen en het betalen van belastingen.

Wonen
Het bevorderen van voldoende woongelegenheid (Artikel 21) is de afgelopen jaren onvoldoende gedaan. We hebben nu een tekort van 331.000 woningen. Het gevolg hiervan is dat mensen in vakantiehuisjes wonen, dat jongeren lang thuis blijven wonen, dat starters geconfronteerd worden met onbetaalbare woningen en dat er lange wachtlijsten zijn voor sociale huurwoningen. Het bouwen van extra woningen dient een topprioriteit te zijn, zoals dat ook het geval was in de wederopbouwperiode. We hebben 1 miljoen woningen nodig de komende tien jaar en daarop zullen we moeten sturen.

Onderwijs
Wat de zorg voor onderwijs betreft (Artikel 23) moeten we vaststellen dat de prestaties van 15-jarigen in het leesonderwijs hard zijn gedaald. In 2003 deed Nederland het nog goed in de Pisa-vergelijking. Slechts 11 procent van de 15-jarigen liep toen het risico op laaggeletterheid. Dat is inmiddels meer dan verdubbeld naar 24 procent in 2018. Je kunt geen kennissamenleving zijn als zo’n groot deel van de jeugd moeite heeft met lezen. De onderwijsachterstanden die in de coronatijd ontstaan zijn, maken de uitdaging alleen maar groter.

Centrale kerntaken
Het is van groot belang dat deze drie kerntaken van de overheid veel centraler komen te staan in de politiek en niet slechts vrome wensen blijven in de Grondwet”. Aldus Pieter Omtzigt.

Abonneren

Geplaatst in Pieter Omtzigt, Willem Massier | Getagged | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #29: Vrijheid

Democratie
De politiek in Nederland vindt plaats binnen een parlementaire democratie. ‘Het volk regeert, het volk is de baas’. Met ons kiesrecht kiezen wij onze eigen vertegenwoordigers. Na de verkiezingsstrijd, als de zetels zijn verdeeld, dan is het normale streven dat er wordt toegewerkt naar een zo groot mogelijk draagvlak voor het beleid, een brede consensus tussen de politiek actoren. De onderlinge vrijheden en het onderlinge respect voor elkaar vormen, normaliter, daarvoor de basis.

De vrije wil

Wikipedia definieert het begrip vrijheid als “de mogelijkheid om naar eigen wil te handelen. In maatschappelijke zin behelst het de mogelijkheid van groepen en individuen om deel te nemen aan het maatschappelijke, economische en politieke verkeer. Het is  een van de belangrijkste maatschappelijke waarden geworden, met een groot aantal verschillende interpretaties.

Negatief en positief
Er kan onderscheid gemaakt worden tussen negatieve en positieve vrijheid. Negatief en positief drukken hierbij geen waardeoordeel uit, maar geven aan of het gaat om vrijheid die ontstaat door de afwezigheid van iets of door de aanwezigheid van iets.
Negatieve vrijheid is de ‘vrijheid van invloed van anderen’. Deze vrijheid houdt verband met vrijheid en bevrijding, bijvoorbeeld van dwang, van overheersing, ziektes en waandenkbeelden.
Positieve vrijheid is de ‘vrijheid tot het inzetten van je eigen vermogen’. Het is de mogelijkheid om te kiezen en het eigen leven in te richten. Dit is de vrijheid waar men het over heeft wanneer het gaat over de vrije wil.

Verantwoordelijkheid en kennis
Positieve en negatieve vrijheid hangen samen. Positieve vrijheid is niet mogelijk wanneer negatieve vrijheid ontbreekt. Anderzijds is negatieve vrijheid weinig zinvol wanneer positieve vrijheid niet nagestreefd wordt. Beide vormen van vrijheid lijken op een Januskop waarvan het ene gezicht naar het verleden en het andere naar de toekomst gericht is. Vrijheid gaat altijd samen met verantwoordelijkheid. Wie vrijheid heeft om te kiezen, heeft een verantwoordelijkheid om het beste alternatief te kiezen. Het beste alternatief kan men bepalen door kennis te vergaren over hoe de wereld is en hoe men zelf is.

Politieke vrijheid
Politieke vrijheid is de vrijheid die burgers genieten ten opzichte van de staat. Deze kent opnieuw negatieve en positieve versies: vrijheid van overheidsbemoeienis tegenover vrijheid om als burger vorm te geven aan bestuur en maatschappij. Grondrechten en mensenrechten worden
gezien als waarborg voor politieke vrijheid. Politieke vrijheden worden vaak opgenomen in de grondwet van een land. Voorbeelden van politieke vrijheden zijn:
– de vrijheid van godsdienst;
– de vrijheid van meningsuiting;
– de vrijheid van de pers;
– de vrijheid van vereniging en vergadering”.
– de onaantastbaarheid van het lichaam.

Middenveld
Pieter Omtzigt beschrijft de noodzaak van een vrij maatschappelijk middenveld in zijn boek
Een Nieuw Maatschappelijk Contract’:
“Het maatschappelijk middenveld was oorspronkelijk goed geworteld als het geheel van groepen burgers die zich los van de staat organiseerden.
Zo zijn in Nederland scholen, ziekenhuizen, woningbouwverenigingen, sportverenigingen, voetbalclubs en zelfs universiteiten onafhankelijk van de staat opgericht. Deze wortels zijn inmiddels verdwenen en in veel gevallen vervangen door een subsidierelatie met de overheid., die leidt tot afhankelijkheid. Het maatschappelijk middenveld is kortom te veel vervlochten geraakt met de overheid.

De baas
Het zou daarom goed zijn als bijvoorbeeld woningbouwcoöperaties en verpleeghuizen weer mogelijk zelfstandige verenigingen worden, waarvan mensen lid kunnen zijn. Dan zijn de leden de baas en dat is een stuk effectiever dan inspraak die genegeerd wordt door bestuurders of een anonieme stichting. De leden nemen dan feitelijk de positie van de professionele toezichthouders weer over.

Geen subsidie
Het mooist zou zijn als een aantal organisaties er bewust voor kiest om geen subsidie meer te verwerven. Dat betekent dan wel dat er relatief royale fiscale vrijstellingen moeten blijven voor goede doelen. Om dat in stand te houden dient er beter toezicht te komen op goede doelen (ANBI’S), bijvoorbeeld door een charity board zoals in het Verenigd Koninkrijk. Giften uit onvrije landen moeten verboden worden. En goede doelen die tegen de Grondwet ingaan, verliezen natuurlijk onmiddellijk hun status als zijnde een goed doel.

Het moeilijkste stuk
Een levendig en onafhankelijk middenveld creëren is waarschijnlijk het moeilijkste stuk van het sociaal contract, omdat burgers echt tegenspraak kunnen bieden. De overheid komt gauw weer in de verleiding om het maatschappelijk middenveld te subsidiëren en zodanig mee te laten draaien dat het bijna weer onderdeel wordt van de overheid in plaats van een onderdeel van de samenleving te blijven.

Vrije pers
De vrije, onafhankelijke pers speelt eveneens een bijzondere en cruciale rol in de democratie. De pers is een waakhond voor misstanden en controleert dus ook de politici. De politiek gaat niet over de pers. Maar het is onwenselijk dat een groot deel van de Nederlandse journalistiek in buitenlandse handen is. Neigingen om de pers te subsidiëren dienen onderdrukt te worden, omdat zij dan afhankelijk wordt van de regering die zij moet controleren. Maar in een tijd van teruglopende abonnementen is het wel een zorg dat die onafhankelijke nationale pers het zo lastig heeft”. Aldus Pieter Omtzigt.

Niet vanzelfsprekend
Vrijheid is niet vanzelfsprekend. Er zijn oorlogen voor gevoerd. Er worden oorlogen voor gevoerd. Een vriend tipte de film ‘Das schweigende klassenzimmer’
(klik-link-you-tube). Ook als boek verkrijgbaar.
Boek: ‘Das schweigende klassenzimmer. Door hem gebruikt bij lessen op een middelbare school. Niets aan toe te voegen, …….. (Hier bedoeld als voorbeeld om gedachten te kunnen wisselen maar zeker ook als echte aanrader). Tja, voor ieders eigen, vrije, gedachten.

Wat denk jij er van? Hoe zie jij ‘vrijheid’? Gaat het goed met ‘de vrijheid’, of moet er wat gebeuren?

Abonneren (klik-link)

Geplaatst in Democratie, Vrijheid | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #28: Een echte volksvertegenwoordiging?

Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872)

De Grondwet
“De Grondwet van Thorbecke uit 1848 staat bekend als een belangrijke mijlpaal in de democratisering van Nederland in de negentiende eeuw. Het brein achter deze grondwet was de liberale politicus Johan Rudolph Thorbecke (1798-1872). Thorbeckes grondwet legde de basis van onze tegenwoordige parlementaire democratie. De macht van de koning werd aanzienlijk ingeperkt en de bevolking kreeg meer rechten en vrijheden.

Waarom een grondwetsherziening?
1844 kwam Thorbecke als parlementariër in de Tweede Kamer. In de tweede helft van de jaren 1840 broeide er iets, in heel Europa. Er braken in meerdere Europese landen hongersnoden uit. Honderdduizenden Europeanen emigreerden naar de Verenigde Staten. In tal van fabrieken brak er onrust uit onder de industrieslaven: de arbeiders lieten steeds luider van zich horen. Het gedachtegoed van het communisme broeide onder de oppervlakte en weldra zouden spreekbuizen als Karl Marx (1818-1883) en Friedrich Engels (1820-1895) van zich laten horen met hun Communistisch Manifest.

Revoluties en rellen

In Europa werd het in maart 1848 pas écht onrustig. Zo braken er in Duitsland en Frankrijk revoluties uit, die in Frankrijk leidde tot afzetting van de monarchie. Toen ook in Amsterdam en Den Haag relletjes uitbraken, werd Willem II, “In één nacht van uiterst conservatief uiterst liberaal.” Omdat koning Willem II na de val van de Franse monarchie bang was voor zijn positie vroeg hij Thorbecke voorzitter te worden van de door hem ingestelde Grondwetscommissie, die op 17 maart 1848 geïnstalleerd werd.

Trias politica
De nieuwe Grondwet was bijna volledig het werk van Thorbecke, wiens gedachtegoed sterk beïnvloed was door de ideeën van de Verlichtingsfilosoof Charles Montesquieu (1689-1755). Montesquieu stelde een scheiding van de drie machten voor (trias politica): de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht moesten onafhankelijk van elkaar opereren om echte democratie te garanderen.

Belangrijkste bepalingen uit de Grondwet van Thorbecke
De Grondwet van Thorbecke bood veel nieuwe vrijheden en vormde de basis voor de ontwikkeling van de parlementaire democratie van vandaag de dag. De belangrijkste bepalingen uit Thorbecke’s grondwet waren:
– De ministeriële verantwoordelijkheid werd ingevoerd. Dit hield in dat de ministers verantwoordelijk zouden zijn, de koning bleef onschendbaar.
– Vrijheid van onderwijs, vereniging en vergadering, van meningsuiting en van drukpers.
– De Tweede Kamer, gemeenteraden en Provinciale Staten werden rechtstreeks gekozen via het systeem van censuskiesrecht (RG: dat wil zeggen dat bij verkiezingen het stemrecht is voorbehouden aan personen die vermogend genoeg zijn om minimaal een bepaald bedrag aan belastingen te betalen). De Eerste Kamer werd voortaan indirect verkozen via de provincies en niet meer rechtstreeks door de koning. Alleen de rijke elite uit elke provincie kwam in aanmerking voor eventueel lidmaatschap van de Eerste Kamer.
– De Tweede Kamer kreeg het recht van amendement (aanvullingen op de grondwet) en het recht van onderzoek.
– De koning had niet meer individuele beslissingsbevoegdheid op het koloniale beleid en ook geen invloed meer op besluiten omtrent de Rooms-Katholieke Kerk.
– De nationale begroting werd voortaan jaarlijks en niet om de twee jaar vastgesteld.
– Vergaderingen van volksvertegenwoordigers werden openbaar toegankelijk.

Kort samengevat, verloor de koning door de Grondwet van Thorbecke veel macht, de parlementaire invloed werd flink vergroot en de Nederlandse bevolking kreeg meer vrijheden.

Na de Grondwet
Hoewel Thorbeckes grondwet de bevolking veel nieuwe vrijheden bracht, kwam van de democratisering in de praktijk decennialang weinig terecht. Het percentage kiesgerechtigden bleef laag. In 1848 had 7,3 procent van de volwassen mannelijke bevolking het kiesrecht. Na de grondwet steeg dit percentage weliswaar, maar zeker niet spectaculair. In 1850-1851 was 10,8 procent van de mannelijke inwoners van 23 jaar en ouder kiesgerechtigd, een percentage dat heel langzaam groeide naar 12,1 procent in 1880. Dat betekende dat slechts 3 à 4 procent van de totale bevolking, een fractie dus, in deze jaren het kiesrecht bezat.

Marga Klompé 
In 1917 voerde de politiek het algemeen kiesrecht voor mannen in. En twee jaar later kregen ook vrouwen het actief kiesrecht, wat inhield dat zij ook mochten stemmen. Beide wijzigingen kwamen in 1922 in de herziene Nederlandse grondwet te staan. Maar de politieke vrouwenemancipatie verliep traag. Pas op12 oktober 1956 kreeg Nederland
met Marga Klompé  (1912-1986) een eerste vrouwelijke minister”. (Bron: Historiek).

Democratie
Het recht ‘te kunnen kiezen’ en ‘gekozen te kunnen worden’ is dus niet zo maar uit de lucht komen te vallen. Hoe gaan we nu met onze democratische rechten om? Pieter Omtzigt zegt er het volgende over, in zijn voorstel om te komen tot een volksvertegenwoordiging die haar kerntaken serieus neemt:

“Kerntaken
De Tweede Kamer heeft een aantal kerntaken zoals het maken van goede, deugdelijke wetgeving en het grondig en diepgaand controleren van de regering. Voor de uitoefening van haar taken maakt de Grondwet geen onderscheid tussen oppositie-Kamerleden of coalitie-Kamerleden. Beiden hebben dus diezelfde taak.

De praktijk
In de praktijk lijkt het er echter meer op dat het overal een mening over hebben, schriftelijke en mondelinge vragen stellen en in de media verschijnen, de kerntaak van parlementariërs is. Het maken van goede wetten en het controleren van de regering bij de uitvoering zijn veel taaiere, eerder onzichtbare processen, die meer aandacht vragen dan ze nu krijgen. Dit is alleen mogelijk door het werk van het parlement anders in te richten.

Details
Wetgeving wordt vaak behandeld met een algemeen verhaal van de woordvoerder waarin wordt aangegeven dat het doel van de wet wel of niet gedeeld wordt. Maar het venijn van wetgeving zit hem vaak in de details: klopt de afbakening van mensen die ergens recht op hebben of niet? Is de strafmaat veel te hoog of juist veel te laag? Dat soort vragen komt veel te beperkt aan de orde tijdens de wetsbehandeling. En Kamerleden kunnen nauwelijks detailvragen stellen.

Reglement van Orde
Het Reglement van Orde van de Kamer, dat bepaalt hoe procedures werken, voorziet wel in de mogelijkheid om wetten artikelsgewijs te behandelen, bijvoorbeeld in een wetgevingsoverleg. Maar in de praktijk gebeurt dit nooit. Bij grote wetsvoorstellen is het wel nuttig om dit te doen. Als dan blijkt dat de Kamer vastloopt, dan is het waarschijnlijk dat de praktijk ook vastloopt. Ook kan de Kamer een wetsvoorstel in twee lezingen behandelen, zoals in buitenlandse parlementen gebeurt. Sommige wetsvoorstellen worden gaande het wetgevingsproces zo verbouwd met nota’s van wijzigingen (veranderingen die de regering aanbrengt tijdens het wetgevingsproces) en amendementen (wijzigingen die de Kamer in een wetsvoorstel aanbrengt) dat het zeer zinnig is om na al die wijzigingen de samenhang van het wetsvoorstel opnieuw te bekijken voordat de wet wordt goedgekeurd of weggestemd.

Boekhouden
Verder heeft de Kamer de commissie Rijksuitgaven opgeheven. Deze commissie was onder andere belast met de behandeling van aangelegenheden van rechtmatigheid en doelmatigheid van besteding van collectieve middelen. Formeel is die taak nu overgeheveld naar de commissie Financiën. Maar in de praktijk is een aparte commissie die de honderden miljarden die de regering jaarlijks uitgeeft controleert hoognodig.

Akkoorden
De snelste manier waarop het parlement zijn macht uit handen geeft is bij grote omvattende akkoorden. Coalitiefracties keuren hele coalitieakkoorden vaak binnen een paar uur goed en zijn er dan vervolgens vier jaar lang aan gebonden. Fracties zien dan zelfs wel eens hoofdlijnen van beleid over het hoofd. Ook bij het klimaatakkoord en het pensioenakkoord laat de Kamer zich voor het blok zetten met een omvangrijk pakket. Bij deze akkoorden moet de Kamer ook echt de consistentie van het pakket en de samenhang kunnen bestuderen en op onderdelen aanpassen of verwerpen.

Illusiepolitiek
Bij de kabinetsformatie van 2021 is er een aanvullende reden om een regeerakkoord op hoofdlijnen af te sluiten: de onzekerheden rondom de coronacrisis zijn dusdanig groot dat het simpelweg illusiepolitiek is om de uitgaven in 2025 tot op de komma nauwkeurig vast te leggen.

Europa
Een vierde punt voor een beter parlement verdient nadere toelichting. De impact van de Europese afdrachten is relatief beperkt op de totale rijksbegroting. Maar de impact van de Europese wetgeving is zeer groot. De Nederlandse regering is medewetgever als lid van de Raad van Europese Unie terwijl het nationale parlement alleen indirect wetgever is. Voor het parlement is de discussie tussen de Europese ministers moeilijk te volgen, vanwege de vertrouwelijkheid en het gebrek aan transparantie. De Nederlandse regering heeft bijna nooit vetorecht, dus kan niet een voorstel in haar eentje tegenhouden, maar moet coalities smeden. En dat proces duurt relatief lang, bijvoorbeeld omdat er na een aanname van de wetgeving nog een nationale implementatietijd volgt. Daarom volgen weinig Kamerleden het hele proces van het begin tot eind. Pas wanneer Nederland de wetgeving moet implementeren, staat de politiek op haar kop, vanwege bijvoorbeeld de stikstofwetgeving, Natura 2000-wetgeving of binnenkort de btw-richtlijn voor e-commerce die op 1 juli 2021 ingaat. Op dit punt heeft het parlement wel een paar instrumenten, maar het is echt nodig dat de Kamer vaker één of twee rapporteurs aanstelt om het hele wetgevingsoverleg volgen, wanneer een wetgevingsvoorstel potentieel grote impact voor Nederland heeft. Dat betekent dus dat een parlementariër aan het begin van het proces, wanneer er nog gediscussieerd wordt over de teksten, al een inschatting moet maken van de potentiële effecten op Nederland. Dat vereist tijd, kennis en specialistische ondersteuning, maar die zijn wel hoognodig. Vooral in een gefragmenteerde Kamer met meer dan tien fracties zullen deze allemaal een keer een beurt moeten nemen in het algemeen belang”. Aldus Pieter Omtzigt.

Wat denk jij?
Van Thorbecke tot Omtzigt: hoe denk jij dat onze democratie (nu) functioneert?
(email-link).

Abonneren / deelnemen (klik-link)

Geplaatst in Pieter Omtzigt, Thorbecke | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #27: Respect

Respect Platform
(Word deelnemer in het gesprek en de discussie op het Respect-platform (link). Laat je stem en mening horen. Kies voor een leven om te delen, door te vertellen wat je denkt en doet. Zeg waar het jou om gaat. Het verzoek is dit bericht zoveel mogelijk te delen. Om het leven te delen).

De kloof
In maart 2021 waren er de Tweede Kamerverkiezingen. Tot op heden is er nog geen nieuwe regering. Zonder daarbij enige voorkeursgedachte uit te spreken: eigenlijk verbaast het vele mensen dat er juist in een echte crisistijd nog geen grondwettelijk juist en sterk nieuw kabinet is. Er is veel onbegrip en het vertrouwen in ‘wat men in Den Haag doet’ wordt er niet groter op. De mensen hoor je verzuchten: “ja maar wie ben ik nou, ik kan er toch niets aan veranderen?”.

Wetten
Inderdaad een enkel individu kan weinig, maar is er ook niet ooit eens gezegd “Spetter, pieter, pater, ……. ik kom een druppel later”(Alfred Jodocus Kwak). Meerdere druppels maken uiteindelijk toch een plasje water en zoals we weten kan het opeens hard (exponentieel) gaan. Van 1 naar 2, naar 4, 16, naar 32 enzovoort. Het begint met een gedachte, vervolgens een gesprek, dan een discussie gevolgd door een programma waar een debat uit volgt, met uiteindelijk een stemming om de (aangepaste) richting te bepalen. Met als resultaat wetten waarmee de rechtsstaat blijvend en dynamisch kan worden ingericht en bestuurd.

Rechtvaardigheid
Het gaat helemaal goed als de wetten ook draagvlak hebben in de samenleving en als dat er sprake is van overtredingen en misdaden de wetten ook kunnen worden gehandhaafd. Met voor iedereen gelijke rechten en plichten. Ook voor iedereen even begrijpelijk: ‘rechtvaardigheid voor dummies’. Iedereen begrijpt wat het woord ‘respect’ betekent en komt verder dan alleen de interpretatie “ik wil meer respect voor mij”. Een ander, een ander mens, dier, levend schepsel, de natuur, de wereld, het doet er allemaal toe.

De mens
Een mens leeft in de eigen ‘leefwereld’. Vanaf kinds af aan in een kring van naasten. Krijgt meestal een partner. Krijgt vaak weer kinderen. Wordt ouder, draagt vervolgens de stokjes over en schrijft zijn of haar eigen verhaal. De leefwereld omvat een plaats en huis om (in) te wonen, een buurt, een dorp of stad, een land, de wereld: een samen-leving. Met buren en vrienden, verenigingen en organisaties. Er wordt geleefd.

De overheid
In de samenleving worden er afspraken en ‘systemen’ bedacht om de boel te organiseren.
Van een gemeente, naar een provincie, een landelijk parlement en regering, tot een koningshuis. Met daarbij allerlei organisaties om de zaken te laten werken. De overheid beschermt de mensen en de natuur, organiseert het vervoer en de verbindingen, zorgt voor onderwijs en een werkbare economie, enzovoort, de overheid verdeelt en heerst. Als het goed is zorgt de overheid er voor dat de mensen ‘er vertrouwen in hebben’.

De kloof
Met dat vertrouwen, in elkaar en in de overheid, lijkt het niet helemaal goed te gaan. Na de meest recente Tweede Kamer verkiezingen, zoals gezegd, is er tot op heden geen nieuwe regering. Er worden vraagtekens geschreven bij het functioneren van de democratie. Mensen zien dat hele grote uitdagingen en problemen op de plank blijven liggen. Er is onzekerheid over de informatievoorzieningen, discussies over de inhoud worden onduidelijk gevoerd. Wat is er aan de hand?

Pieter Omtzigt schrijft in zijn boek ‘Een nieuw sociaal contract’ over een hechte band tussen de kiezer en de gekozene en doet een voorstel tot vernieuwing van het kiesstelsel. Hij schrijft:

(De kloof overbruggen:) “Vertrouwen
Vertrouwen, in elkaar en in de overheid, is alleen mogelijk als iedereen zeggenschap heeft en kan mee doen, als we betrokkenheid en draagvlak van onderop organiseren. Waar we dan ook voor moeten waken is een samenleving waarin het politieke debat voornamelijk nog wordt gevoerd door een hoogopgeleide en deskundige elite, terwijl een toenemend aantal mensen zich onvoldoende gehoord voelt en steeds verder van de politiek wegdrijft. Deze hoogopgeleide en deskundige elite staat daarnaast vaak veel te ver af van de dagelijkse effecten van beleid en maatregelen op het overgrote deel van de bevolking.

Vertegenwoordiging
De politieke elite bepaalt feitelijk wie er in de Kamer komt door de opstelling van de kieslijsten. Een enkeling weet via voorkeursstemmen alsnog in de Kamer te komen, maar dat zijn er de afgelopen Kamerverkiezingen gemiddeld slechts twee per verkiezing geweest. Dit probleem kan worden opgelost door kieskringen in te stellen in Nederland, die in principe samenvallen met de provincies. Op deze wijze kan de directe band tussen kiezers en gekozenen worden versterkt. Dit versterkt de band tussen kiezer en gekozene, omdat de volksvertegenwoordiger weet dat hij zijn mandaat de volgende keer bij de kiezer in de provincie moet halen. De provinciale afdelingen en kiezers moeten dan een grotere rol krijgen in de selectie van welke kandidaat gekozen wordt. Dat betekent automatisch dat het Kamerlid zich meer op de vertegenwoordigende rol richt.

Direct mandaat
Via provinciale kieskringen komen dan ongeveer 110 leden in de Kamer. De overige veertig Kamerleden komen via een landelijke lijst in de Kamer terecht en op zo’n manier dat de Tweede Kamer nog steeds evenredige vertegenwoordiging kent. Dit systeem is vergelijkbaar met het Deense systeem. Door een direct mandaat staan Kamerleden ook sterker ten opzichte van hun partij”. Aldus Pieter Omtzigt.

Respect-platform (Klik-link)
Ook jij zal je gedachten en meningen hebben. Je maakt keuzes en kan kiezen. Voor jezelf en voor anderen. Met ‘respect’. We hebben daar een platform voor gemaakt zodat je kunt deelnemen en je stem kunt laten horen. Ga eens kijken daar en doe mee. We kunnen blijven omzien, maar ook naar voren kijken. Het respect in de rugzak om het pad van de toekomst, samen, aan te leggen. Opdat iedereen zijn (levens-)weg kan gaan.

Delen
(Het verzoek is dit bericht zo veel mogelijk te delen om zoveel mogelijk mensen bij het denken en doen te betrekken. Om met zoveel mogelijk mensen het leven te delen).

Geplaatst in Pieter Omtzigt, Respect | Getagged | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #26: Het belang van machtsevenwicht in de rechtsstaat.

Exponentieel
Op het internet gelezen: “Stel, je laat een waterdruppel in de Johan Cruijff Arena op de middenstip vallen. Elke minuut verdubbelt het aantal druppels: 1, 2, 4, 8, 16 en zo verder. Hoe lang duurt het voordat het hele stadion overstroomt met water? De meeste mensen die dit raadseltje over exponentiële groei voorgelegd krijgen, raden iets in de orde van uren. Het juiste antwoord is: na 47 minuten. En dat terwijl er na 30 minuten nog maar een kleine plas rond de middenstip ligt, amper te zien van de tribune. Zogeheten exponentiële processen verlopen op een manier die de menselijke intuïtie tart.

Sociale kantelpunten
Een fenomeen dat optreedt in dit soort processen, is bovendien het tipping point, het kantelpunt. Ergens na de dertig seconden, slaat de situatie in het stadion radicaal om.
Maar wellicht kan de dynamiek van kantelpunten ook benut worden ten goede.
Een groeiende wetenschappelijke literatuur wijst op het belang van ‘sociale kantelpunten’ in maatschappelijke transities. Ook sociale veranderingen gaan vaak eerst tergend langzaam, en dan plotseling heel snel. Denk bijvoorbeeld aan de adoptie van internet.

Systemisch
Het versnellen van dit soort sociale kantelpunten, door bestaande technologieën, initiatieven en ideeën te katalyseren, is een aanpak die past bij de aard van de klimaatcrisis
(RG: als voorbeeld). En wellicht sneller tot oplossingen kan leiden dan nu intuïtief mogelijk lijkt. De klimaatcrisis is een systemische crisis, die ook als zodanig moet worden aangepakt.
Reductie en adaptatie zijn beide nodig. RG: maar wel op een rechtvaardige en vertrouwenwekkende wijze. Zonder rechtvaardigheid en vertrouwen zal er geen draagvlak zijn.

Rechtvaardigheid
Pieter Omtzigt schrijft in zijn boek ’Een nieuw sociaal contract’ (link) over
“Het belang van machtsevenwicht in de rechtsstaat: 
‘Rechtvaardigheid is de houding krachtens welke iemand met standvastige en bestendige wil aan ieder zijn rechten toekent’, zo stelde ooit de filosoof en theoloog Thomas van Aquino (1225-1274). Zijn definitie van rechtvaardigheid was zeker niet nieuw maar ontleende hij aan het Romeins recht. Via onder andere Plato, Aristoteles, Cicero en Augustinus is deze gedachte van het suum cuique tribuere – ‘ieder het zijne toebedelen – gaande weg gemeengoed geworden in de westerse traditie. De publieke rechtvaardigheid vormt de basisnorm voor het maatschappelijke en politieke leven en is een kernwaarde van onze moderne rechtsstaat. Want in een rechtvaardige samenleving behoren de gelijke rechten van iedere burger ook tegenover de overheid gewaarborgd te zijn. Voor iedereen geldt immers hetzelfde recht en ieder dient zich aan het recht te houden: burgers, organisaties en overheid.

Macht en tegenmacht
In de rechtsstaat heeft de overheid bijzonder veel macht. Deze macht ontvangt zij van de burgers, om zo in de noodzakelijke, gemeenschappelijke behoeften te kunnen voorzien. De overheid is er kortom niet voor zichzelf maar voor de burger, en juist dat legitimeert haar macht, binnen de grenzen van het recht. Deze impliciete afspraak tussen overheid en samenleving – oftewel het sociaal contract – zorgt ervoor dat de macht van de overheid ook alleen voor het doel van het publieke recht wordt aangewend, en niet voor iets anders. Het contract staat dus model voor een vertrouwensbasis. Maar hoe kunnen we er als samenleving op vertrouwen dat het sociaal contract ook daadwerkelijk wordt nageleefd en burgers beschermd zijn tegen potentieel machtsmisbruik door de staat? Het antwoord is: door de rule of law, door de waarborging van de grondrechten en door echt werk te maken van de machtenscheiding: macht en tegenmacht, check-and-balances. Dit zijn de drie grondbeginselen van de rechtsstaat.

Trias politica
Onze rechtsstaat is gebouwd op het principe dat iedere macht begrensd wordt, ook de macht van de staat. Dit gebeurt onder meer door overheidsmacht te spreiden over verschillende organen, die in een bepaald evenwicht tot elkaar staan. Deze machtenscheiding voorkomt dat de staatsmacht de burger blootstelt aan willekeur van de overheid. Aan de basis van dit beginsel staan de ideeën van de Franse sociaal en politiek filosoof Charles Montesquieu (1689-1755). Zijn driemachtenleer, de trias politica, heeft de staatinrichting van veel westerse landen beïnvloed, waaronder die van Nederland, en houdt in dat de macht in een land verdeeld moet zijn tussen een wetgevende macht, een uitvoerende macht en een rechtsprekende macht. Deze drie machten kunnen niet zonder elkaar, het zijn de drie pijlers van elke rechtsstaat. Wel dienen zij onafhankelijk van elkaar werkzaam te zijn en elkaars werking te controleren.

Machtenscheiding
Van een zuivere machtenscheiding is echter nooit sprake, eerder van een systeem van checks-and-balances dat ervoor zorgt dat het evenwicht tussen de drie staatsmachten in stand wordt gehouden. Evenwicht is dus cruciaal en vormt de essentie van de trias politica. In Nederland is de wetgevende macht niet strikt gescheiden van de uitvoerende macht, omdat de uitvoerende macht, de regering, ook wetgevende taken heeft. Het machtsevenwicht is mede hierdoor altijd wat kwetsbaarder geweest. De laatste jaren is het machtsevenwicht echter aan ernstige erosie onderhevig.

Voorbeeld: de toeslagenaffaire
Dat is problematisch want zonder sterke, gezaghebbende instituties die burgers tegen mogelijke willekeur van de staat beschermen, erodeert het sociaal  De toeslagenaffaire heeft pijnlijk helder laten zien wat deze erosie van het sociale contract in de praktijk betekent. Tienduizenden goedwillende burgers zijn onterecht als fraudeurs bestempeld zonder dat zij zich tegen de almacht en willekeur van de staat konden verweren. De persoonlijke schade is enorm en het vertrouwen in de overheid is onder grote delen van de bevolking – geheel terecht – ernstig beschadigd”. (Ander voorbeeld: ‘Groningen’). …………..”.

Tweedeling
“De ingewikkeldheid van de regelgeving zorgt op zichzelf al voor een tweedeling in de samenleving, waar de groep die het kan bijbenen steeds kleiner wordt. De overheid lijkt steeds minder gericht op dienstbaarheid aan de burger – aan het sociaal contract – en steeds meer op het blindelings volgen van regels en procedures, zonder oog te hebben voor de werkelijkheid en de problemen waar veel burgers tegenaan lopen.

Kantelpunt
De geschiedenis leert ons dat juist die sluimerende onvrede in de samenleving gevaarlijk kan zijn en tot wanorde, verzet en zelfs opstand, tot revolutie kan leiden. Het is daarom van groot belang dat we het vertrouwen tussen overheid en burgers herstellen en werken aan over en weer controlerende instituties”. Tot zover Pieter Omtzigt.

Keuzes
Ook voor wat de rechtsstaat betreft  staan we misschien wel op een kantelpunt. RG: of we pakken het goed op en gaan, eerst langzaam maar zeker, de goede kant op. Of we gaan exponentieel de afgrond in. Maken we maar weer eens twee vergelijkingen.
Het Openbaar Ministerie heeft nadrukkelijk op de website staan: “Rechtvaardigheid is een kernwaarde van onze rechtsstaat”. Tegelijkertijd doet men allerlei onderzoeken, aldaar (Rapport Fokkens), naar de integriteit van de mensen en de organisatie. Conclusie: we zijn niet integer maar gaan ons best doen om het te worden met een stappenplan. Vergelijkbaar het RIVM: tot 2025 zijn wij niet integer, maar ‘we werken er aan’. Het was toch de voormalige politica / bestuurder Ien Dales die zei: “je bent zwanger, of je bent niet zwanger”.
Hoe moeilijk kan het wezen?

Schade
Totdat er echt gewerkt gaat worden aan het herstel en de verdere ontwikkeling van het sociaal contract blijven er wel de nodige mensen, (slachtoffers toeslagenaffaire, ‘Groningers’, woekerpolishouders, pensioengerechtigden, enzovoort, enzovoort), met de gebakken peren zitten. Niet met een enkelvoudige schade, maar met een exponentiële schade: enorme gevolgschade.

De kloof
Zoals macht en tegenmacht naast elkaar voorkomen, zo zijn deze zelfde krachten elkaars opponenten vanuit de leefwerelden tegenover de systeemwerelden.  Als de verschillen groot zijn en het contact tussen de werelden  verbroken blijkt te zijn dan is ‘de kloof’ groot en schijnbaar niet te overbruggen. Wetten en wetgeving, rechtvaardig toegepast, moeten er dan weer een gelijk spel van maken. De kloof overbruggen.

De vraag is: welke kloven zie jij, wat is er volgens jou aan de hand, en wat moet er aan gebeuren ‘om de bruggen te bouwen’? We horen het graag: reactie@telegraafsma.nl

Abonneren

Geplaatst in Pieter Omtzigt, Rechtsstaat | Getagged , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #25: Het Leven Delen, een nieuw sociaal contract.

De rechtsstaat
Op LinkedIn lees ik van de heer Harry Starren:
“Een  rechtsstaat valt of staat bij rechtstatelijk besef.
– Een minister die de WOB de facto naast zich neerlegt;
– een kabinet dat het informatie recht van de Tweede kamer niet serieus neemt;
– een groot aantal publieke gezagsdragers dat in ons systeem nog altijd niet gekozen wordt;
– een regering die door de rechter gedwongen moet worden internationale verdragen uit te voeren;
– een falend bestuursrecht (de rol van de Raad van State bij de toeslagen affaire);
–  het ontbreken van een constitutioneel hof;
– de reeks maatregelen die de toegang tot het recht de facto hebben beperkt;
– registers ‘van overige belangen’ worden door de leden van eerste en tweede kamer en de rechtelijke magistratuur niet of onvoldoende bijgehouden;
– tekenen van bestuurlijke corruptie (Limburg, Groningen);
– het groeiend aantal onterechte voorlopige inhechtenis-nemingen;
– het grote aantal niet uitgevoerde (kanton)recht uitspraken;
– adviezen rond wetgeving door de Raad van State en de Raad van de Rechtsspraak worden vaak in de wind geslagen;
– op de zittende en staande magistratuur is voortdurende bezuinigd;
– het vrijwel ontbreken van regelgeving rond lobbyen en partijfinanciering;
– de vrijwel ongecontroleerde bewegingsruimte van de belastingdienst;
– het wegnemen van het raadgevend referendum zonder er iets voor in de plaats te stellen;
– het vrijwel negeren van de aanbevelingen van de staatscommissie Remkes…..
(RG: enzovoort).

Kritiek
Nederland kreeg als het om elementen van de rechtsstaat gaat, in de afgelopen tijd kritische commentaren oa van de VN, de OECD, Human Richts Watch, de RMO en de Algemene Rekenkamer”. Aldus ‘LinkedIn’.

Ondermijning
Als een rechtstaat niet meer functioneert dan wordt deze aangevallen (georganiseerde misdaad), misbruikt (door organisaties die ‘to-big-to-fail’ zijn) of van binnenuit uitgehold (door ambtsdragers zonder een rechte rug). Een willekeurig individu ziet het gebeuren en verbaast zich er ook over. Maar zegt ook “Wat kan ik er aan doen?” De machten zijn te groot en als ik naar de politiek kijk zie ik ook niets gebeuren. Als je er wat van zegt wordt je doodgeschoten. De belangen bepalen de meningen”.

Sociaal contract
Alsof het een schoolplein is waarop de ‘pesters’ de baas zijn. Zodra er iemand is die anders durft te zijn loopt deze persoon het risico te worden gepest. Of te worden uitgeput. Niet erg uitnodigend om je stem te verheffen, men kiest uiteindelijk – begrijpelijk – voor zich zelf.
Uit angst. Met als gevolg dat het maatschappelijk verband, de met elkaar gemaakte afspraken om het leefbaar te houden en te maken, tot los zand verloren gaat. Het sociaal contract is er wel, op papier, maar functioneert niet meer.

Pieter Omtzigt
Pieter Omtzigt schreef er een boek over: ‘Een nieuw sociaal contract’. “Heel lang geloofden we dat Nederland af was. Pieter Omtzigt laat zien dat er in Nederland grote problemen zijn met macht en tegenmacht. De mechanismen van de rechtsstaat functioneren niet goed meer, zoals uit het kinderopvangtoeslagenschandaal is gebleken. Omtzigt pleit vanuit zijn eigen ervaringen in de politiek voor een nieuw sociaal contract.


Vertrouwen
Het is nodig om het vertrouwen tussen overheid en burgers te herstellen. Dat is zeker niet eenvoudig. We moeten instituties herbouwen door checks-and-balances te hernieuwen. Het vraagt ook om een andere mentaliteit van de overheid én van de burgers zelf. Er is geen simpele oplossing. Het hele weefsel van de rechtsstaat moet worden onderzocht en gerepareerd”.

Veranderen
Er is dus verandering nodig. Wat je ziet gebeuren is dat iedereen het daar wel over eens is. Met gaat dan onderzoek doen, om vervolgens en uiteindelijk te kunnen zeggen “uit onderzoek blijkt dat ………, en daarmee is het wetenschappelijk bewezen dat dat en dat er moet gebeuren”. De claim wordt gelegd dat het onderzoek onafhankelijk is en niet uit eigen belang is opgesteld. Als er geen tegenspraak mogelijk is kan er ook van alles als een vaststaand feit, en niet als slechts een mening, worden gepresenteerd. Het resultaat is dat er slechts meningen en gedachten tegenover elkaar komen te staan en dat er twee- en ‘veeldelingen’ ontstaan. Elke richting ontbreekt en blijft ontbreken. We willen wel veranderen maar het maatschappelijk draagvlak is er domweg niet.

Bij het begin beginnen
Iemand merkt op: “Na de legale doch immorele belastingontwijking van Starbucks zei een Brits parlementslid: “I’m not accusing you of being illegal, I’m accusing you of being immoral”. (“Het is dit verschil tussen moraliteit en legaliteit dat de rechter nu mist. Dat er een brede internationale consensus bestaat dat multinationale bedrijven hun maatschappelijke verantwoordelijkheid moeten nemen (ook in de aanpak van klimaatverandering), wil niet zeggen dat de te nemen verantwoordelijkheid ook juridisch afdwingbaar behoort te zijn. Het is aan de wetgever om ambitieus en adequaat klimaatbeleid te maken binnen de kaders van het Parijsakkoord. Dat dit beleid tot nu toe onvoldoende is moet niet worden afgewenteld op private partijen die geen partij zijn bij deze afspraken. De manier waarop de rechtbank nu omgaat met de zorgvuldigheidsnorm uit 6:162 BW zet de deur open voor politiek in de rechtszaal en werkt willekeur in de hand. Laat het een duidelijk signaal zijn aan de politiek om werk te maken van doelmatig en effectief klimaatbeleid”).
Het begint volgens deze persoon dus bij de moraliteit en de politiek moet zijn werk doen en geen gaten laten vallen waardoor de rechter met de rommel wordt opgezadeld.

De wet
De rechtsstaat kan functioneren als er wetten zijn die deugdelijk zijn opgesteld, maatschappelijk draagvlak hebben, die gelijkwaardig kunnen worden toegepast en kunnen worden gehandhaafd. Daarmee komt er een vaste lijn in beeld: er zijn ontwikkelingen, die veroorzaken een maatschappelijk probleem en/of uitdaging, de politiek neemt zijn verantwoordelijkheid, de mensen gaan er over stemmen en kiezen, er komt een wetsvoorstel dat het historisch ontwikkelde besluitvormingssysteem doorloopt, de handhavers zien er op toe en na een inbreuk op de wet kan de rechter er een uitspraak over doen. Dat is blijkbaar een ideaal. Hierboven zien we een opsomming van de twijfels over de rechtsstaat. Op het gebouw van de Hoge Raad staat mooi in het latijn (naar Hugo de Groot): “Ubi iudicia deficiunt incipit bellum”, onder andere vertaald naar “als de rechter geen recht meer kan spreken dan wordt het oorlog”.

De grondwet
Pieter Omtzigt schrijft: “Anders dan in de meeste andere rechtsstaten kunnen Nederlandse rechters de wetten die zijn aangenomen door ons parlement niet toetsen aan de Nederlandse Grondwet, het deel van het rechtsstelsel waarin onze belangrijkste fundamentele rechten zijn vastgelegd. Rechters mogen wetten wel toetsen aan rechtstreeks werkende internationale verdragen, waarvan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) veruit het belangrijkst is, maar de drempel is hoog. Voor de ultieme toetsing aan grondrechten staat ook altijd de mogelijkheid open om een verzoekschrift in te dienen bij het Europees Hof voor de rechten van de Mens.

‘Toetsingsverbod’
Het is niet langer gepast dat voor de ultieme toetsing aan de grondrechten een Nederlandse burger naar het Hof in Straatsburg moet, omdat de Nederlandse rechter Nederlandse wetten niet aan de grondwet mag toetsen. De constitutionele toetsing aan de Nederlandse Grondwet wordt nu overgelaten aan de wetgever, dus de Tweede en Eerste Kamer en de regering, die er ieder voor zich op moeten letten dat de wetten die zij maken niet in strijd zijn met de Grondwet. Het parlement dient in het wetgevingsproces dus te waarborgen dat mensenrechten in Nederlandse wetten worden gerespecteerd. Maar een garantie dat de betreffende wet wordt ingetrokken of aangepast als deze de rechten van burgers schendt, is er niet. Coalitiepartijen zijn vaak gebonden aan uitgebreide regeerakkoorden en maatschappelijke akkoorden, waardoor de toetsing naar de achtergrond verdwijnt, zelfs wanneer de Raad van State waarschuwt.

Betere discussie
Hierdoor kunnen rechten en zeggenschap van burgers sluipenderwijs worden aangetast. Want zodra een wet eenmaal in werking is getreden, is er geen mogelijkheid meer voor de burger om zich bij de rechter te beklagen als hij zich door die wet aangetast voelt in zijn grondwettelijke rechten. De enige die nog kan ingrijpen is de formele wetgever zelf, wanneer deze tot het inzicht komt dat zijn eerdere beslissing onjuist is geweest of gebleken. Dit druist in tegen de machtenscheiding en het fundament van de rechtsstaat. Een Constitutioneel Hof biedt hiervoor een oplossing en zal leiden tot een diepgaander bewustzijn van de rechten van de burger, ook tijdens het wetgevingsproces. De dreiging dat het grondwettelijk hof een wet onverbindend verklaart en wel vrij snel na de invoering ervan, zal ook leiden tot een betere discussie over de inhoud van de wet.

Artikel 68
Het grondwettelijk hof kan toetsen aan de klassieke grondrechten. Maar het kan eventueel ook andere taken krijgen, zoals voorgesteld door de ‘Staatscommissie Parlementair Stelsel’. Als extra taak is bijvoorbeeld ook toetsing aan Artikel 68 van de Grondwet – het recht op informatie en documenten van Kamerleden – wenselijk want nu probeert de regering die bepaling zelf te veranderen. Dat leidde er dus toe dat relevante documenten in de kinderopvangtoeslagaffaire lange tijd weggehouden werden van de Staten-Generaal. Wanneer een parlementariër rechtstreeks naar het Constitutioneel Hof stapt om een document onmiddellijk van de regering te krijgen, zal de regering zich daarna vrij snel aan de Grondwet houden. De invoering van het Constitutioneel Hof vereist echter een grondwetswijziging en zal dus de nodige tijd vergen”, aldus Pieter Omtzigt.

Rechtvaardigheid
We hebben dus alles in huis om de in de war geraakte rechtsstaat weer op gang te brengen. Het zal geen discussie vergen om vast te stellen dat we allemaal wel graag ‘rechtvaardigheid’ willen. Voor iedereen en op een gelijke wijze tot stand gebracht en verdedigd. Mogelijk blijft de praktijk wel weerbarstig. Zoiets als ‘er moet meer respect komen, vóóral voor mij. “Doe eens even normaal zeggen we dan”. Maar wat willen we nu eigenlijk allemaal echt? Waar hebben we recht op, en welke plichten horen daar dan bij? Als je tegen elkaar zegt dat de ander maar eens normaal moet doen wat zegt dat dan over jezelf?

Het leven delen
Hoe dan ook we moeten het met elkaar waarmaken. Misschien is ‘bij het begin beginnen’ niets anders dan een dak boven je hoofd te mogen hebben, boodschappen te kunnen doen, gezellige buren te hebben, je te kunnen ontwikkelen en te mogen leren, op veiligheid te kunnen rekenen, werk te kunnen doen wat bij je past, wanneer het maar kan een feestje te kunnen vieren. Tja, in je eentje kun je misschien niet veel, je kan wel de keuze willen maken om ‘met elkaar het leven te delen’.





Abonneren

Geplaatst in Het Leven Delen, Rechtsstaat | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #24: Zetelroof met voorbedachte rade.

Nederland is een rechtsstaat, daar gaan we nog steeds van uit. We zien wel bedreigingen, in verschillende vormen. Zoals aangegeven zal ik met de na deze Telegraafsma #24 beginnen met het nader bespreken van die bedreigingen van de rechtsstaat aan de hand van het werk en het boek van Pieter Omtzigt. In eerste instantie zal ik een drievoudig onderscheid maken in de vormen van bedreigingen.

Ten eerste is er natuurlijk de ondermijning van de rechtsstaat door de georganiseerde misdaad. Ten tweede zien we dat systemen en organisaties die ‘to big to fail’ zijn, ook boven de wet lijken te staan. Toezichthouders doen wel net alsof ze piepen, maar ze grijpen niet in met kennelijk ook daar ondermijning als gevolg. Over deze twee vormen van ondermijning later dus meer.


De meest relevante toezichthouder in Nederland is de Tweede Kamer.
De vraag is al eerder in een Telegraafsma gesteld:

“Wat zitten die lui daar te doen”?

Met grote dank aan de auteur Geert Dales neem ik integraal een tekst van hem over die hij op zijn website heeft gepubliceerd. Voor mij: aan dit voorbeeld van deze vorm van je-zelf-verrijken-en-daarmee-het-ondermijnen-van-de-rechtsstaat niets toe te voegen. Te meer omdat er een stap verder gesteld kan worden dat daarmee vertegenwoordigers en onderdelen van de Nederlandse overheid zelf de boel ondermijnen.

DAAR KRAAIDE EEN HAAN DRIEMAAL
Auteur: Geert Dales

hoe een onbetrouwbaar Tweede Kamerlid collega’s in de verdachtenbank zet en het gezag van de Kamer ondermijnt

In maart 2017 werd Femke Merel van Kooten-Arissen gekozen tot Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Ruim twee jaar later maakte ze zich, uit onvrede over de koers van de fractie, los van de PvdD en ging verder als eenpitter. Toenmalig 50PLUS fractievoorzitter Henk Krol rook een kans. Op zijn aandrang werd Van Kooten, alom gezien als een bekwaam parlementariër, lid van 50PLUS. Heel kort is in de 50PLUS fractie -buiten medeweten van Van Kooten- besproken of zij kon aanschuiven waardoor die van vier naar vijf leden zou gaan. Binnen een minuut waren we –als partijvoorzitter nam ik deel aan de vergaderingen- eruit: nee. Samenwerken, overleggen, afstemmen, allemaal prima. Maar Kamerlid voor 50PLUS word je alleen door je bij verkiezingen te kandideren, een mooie plek op de lijst te verwerven en gekozen te worden.

Dit was en is de gedragslijn van alle partijen die in de Tweede Kamer waren en zijn vertegenwoordigd. De enige uitzondering die mij bekend is betreft de kortstondige alliantie vanaf eind 2020 van ex-VVD’er Wybren van Haga met de fractie van Forum voor Democratie, waarmee de normloosheid, onbetrouwbaarheid en het opportunisme aan beide zijden extra accent kreeg. Deze annexatie duurde overigens maar kort. In maart van dit jaar werd Van Haga alsnog via de kieslijst regulier fractielid van FvD.

Dat verder geen enkele partij de poorten heeft opengezet voor een overloper verbaast niet. Grondwettelijk komt een Kamerzetel niet een partij, maar de gekozene toe. Dit laat onverlet dat in het Nederlandse stelsel het kiezersmandaat verkregen wordt via politieke partijen. Dat geldt ook voor degenen die met voorkeursstemmen in de Kamer komen, zeker zolang daarvoor maar een kwart van de kiesdeler nodig is. In de huidige Kamer zitten slechts vier leden die niet de nummer 1 waren maar toch meer stemmen kregen dan de kiesdeler: Pieter Omtzigt, Wybren van Haga, Renske Leijten en Tunahan Kuzu. Zelfs Khadija Arib kwam niet in de buurt van de 69.588 stemmen die nodig waren om met gezag te kunnen zeggen ‘ik ben zelfstandig gekozen’.

Er zijn dus 146 Kamerleden die bij een overstap naar een andere fractie terecht verweten kan worden hun partij en de kiezers die erop gestemd hebben te belazeren. Dat geldt in bijzondere mate voor degenen die lijsttrekker waren. Hun overstap zou de overtreffende trap van kiezersbedrog zijn. Geen serieuze partij zal zich kwetsbaar maken door zulk wangedrag te faciliteren.

‘jij bent iemand van de inhoud’

Toch loopt er op het Binnenhof iemand rond die de lijsttrekker was, desondanks maar nipt de kiesdeler haalde, zes weken na de verkiezingen de eigen partij verliet en in weerwil van deze lamentabele staat van dienst claimt dat niet minder dan drie partijen, met ieder een ruim zetelaantal, haar hebben benaderd om aan te schuiven. Haar naam is Liane den Haan, fractievoorzitter en enig lid van de ‘fractie Den Haan’. Als het waar is wat ze zegt zou ze parlementaire geschiedenis schrijven. Maar het is kletskoek.

Op 17 maart jl. werd zij als lijsttrekker van 50PLUS gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Anderhalve maand en een hoop geruzie later scheidde ze zich af van haar partij en ging verder als ‘fractie Den Haan’, met hele andere standpunten dan die van 50PLUS. Geen baken van betrouwbaarheid, lijkt me.

Haar eerdere politieke zwerftocht, van D66 naar PvdA, Progressief Woerden en vervolgens via vrijages met het CDA naar ouderenpartij 50PLUS, zette ook al vraagtekens bij haar oprechtheid.

In augustus 2020 haalde de betweterige partijvoorzitter Jan Nagel haar, ondanks ernstige waarschuwingen, triomfantelijk binnen als opvolger van de vertrokken politiek leider Henk Krol en werd Liane den Haan kandidaat-lijsttrekker voor 50PLUS. Ze liet weten volledig achter de ideologie en standpunten van de ouderenpartij te staan. In oktober 2020 werd ze gekroond tot de nummer 1. Nog geen twee maanden later was het bal.

Waar 50PLUS mordicus tegen herziening van het pensioenstelsel was –‘het beste ter wereld’- vond Den Haan ineens dat het door 50PLUS gewraakte pensioenakkoord van regering en sociale partners (‘casinopensioen’) steun verdiende. Waar 50PLUS traditioneel pleitte voor ‘AOW terug naar 65 jaar’ achtte Den Haan dat een onbegaanbare weg. Gevolg: slaande ruzie met het partijbestuur en andere kandidaat-Kamerleden, breed uitgemeten in de media en afgestraft met een daverend verlies bij de verkiezingen. Eén zetel bleef er over van de vier. Op die zetel zat en zit Den Haan, de draaier die loog dat ze bij 50PLUS thuishoorde. Als onervaren eenling doolt ze nu door het Kamergebouw, met in haar ogen de verschrikte blik van een kip die de vos ontmoet en wanhopig op zoek is naar een veilig toevluchtsoord.

Een paar weken geleden liet het Kamerlid via de NOS weten “concreet te zijn benaderd door drie partijen” om zich bij hen aan te sluiten. Tijdens het zomerreces ging ze erover nadenken. In de NRC van 15 juli herhaalde ze die boodschap. Die drie partijen vinden haar, naar eigen zeggen, ‘iemand van de inhoud’ die ze graag zouden inlijven. “Alle drie hebben zetels genoeg dus ze hoeven het echt niet te doen voor een extra zeteltje”, rechtvaardigde ze haar bedenkelijke hersenspinsels. Nog gekker werd het toen ze zei in een grotere fractie graag over zorg en wonen te praten. “Niet over pensioenen, want om nou te zeggen dat ik dat leuk vind, nee”. Aldus de gewezen lijsttrekker van de pensioenpartij. Hoe onbetrouwbaar wil je het hebben?

zetelrover welkom?

Namen van de drie partijen die haar zouden hebben benaderd noemde Den Haan niet, zich kennelijk niet realiserend dat ze daarmee een aanzienlijk aantal collega-Kamerleden in de verdachtenbank plaatste. Drie grotere partijen, samen goed voor

een flink aantal Kamerzetels, zijn volgens Den Haan bereid een onbetrouwbare zetelrover, afkomstig uit een partij met een hele andere ideologie en gekozen op basis van totaal andere standpunten dan ze nu huldigt, toe te laten tot hun fractie. Een incriminatie van forse omvang, die niet onweerlegd mag blijven.

Den Haans aansluiting bij een andere fractie zou parlementaire geschiedenis schrijven. Los van het kortstondige bondje van Van Haga en FvD voorafgaand aan de verkiezingen van 2021 is het immers nog nooit voorgekomen dat een fractie zichzelf uitbreidt met een overloper. Dat het verhaal van Den Haan zeer ongeloofwaardig is blijkt niet alleen uit de parlementaire geschiedenis, maar ook uit de visie op ‘zetelroof’ van alle partijen die in beeld komen als toevluchtsoord voor het eenzame Kamerlid. Gezien haar eerdere politieke Werdegang zijn dat vooral D66, PvdA, het CDA en GroenLinks.

Het CDA, de PvdA en GroenLinks hebben, net als de VVD en 50PLUS, van kandidaten een verklaring gevraagd dat zij hun partijlidmaatschap opzeggen en uit de Kamer vertrekken als ze de fractie waarvoor ze gekozen zijn willen verlaten. Het zou wel heel gek zijn als zij de gewezen 50PLUS lijsttrekker politiek asiel verlenen.

Deze partijen hebben, net als D66, de SP, PvdD, SGP, CU en PVV van harte meegewerkt aan de wijzigingen in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer om het afsplitsers zo moeilijk mogelijk te maken: minder geld, minder spreektijd en minder toegang tot vertrouwelijke stukken Ergo: zij pruimen zetelrovers niet. Dit speelde eind 2016 toen Volt, BBB, Bij1, FvD en JA21 nog niet in de Kamer vertegenwoordigd waren. Deze vijf kunnen echter ook Liane’s vluchtheuvel niet zijn, want ze had het over partijen met ruime zetelaantallen.

D66, Den Haans oude partij, strijdt onder aanvoering van minister van BZK Ollongren tegen zetelroof. Herhaaldelijk heeft Ollongren gemeenten erop gewezen dat ook zij maatregelen kunnen en moeten nemen om het afsplitsen, dat op gemeentelijk niveau veelvuldig voorkomt, te ontmoedigen. Het is ondenkbaar dat D66 Den Haan entrée gaat verschaffen.

Historicus Geerten Waling, auteur van het veel geciteerde boek ‘Zetelroof; fractiediscipline en afsplitsing in de Tweede Kamer 1917-2017’ acht het desgevraagd “zeer onwaarschijnlijk dat een politieke partij, zeker eentje met een grotere fractie, open zou staan voor zo’n overstap, laat staan daartoe zelf het initiatief zou nemen”. Nog onwaarschijnlijker acht hij het dat maar liefst drie politieke partijen daartoe bereid zouden zijn.

De eminence grise van de politiek commentatoren Kees Boonman deelt die mening. “Het is eigenlijk niet bestaanbaar. Zetelroof is feitelijk kiezersroof. Een partij die een afsplitser binnenlaat maakt zich schuldig aan heling. Geen serieuze partij doet dat”.

RTL-routinier Frits Wester zegt “Nee, ik kan me niet voorstellen dat er een partij is die daar behoefte aan heeft”.

Uiteraard heb ik ook Liane den Haan -per email- gevraagd of het wel echt waar is dat drie grotere fracties haar ‘concreet’ benaderd hebben en zo ja, welke en of ze van mening is dat Kamerleden altijd de waarheid moeten spreken. Zij reageerde niet. Dat kwam niet door vakantie op een verre bestemming, want de avond voor de ochtend waarop ik haar mailde was ze nog aanwezig bij een Kamerdebat.

Dit alles wijst erop dat het Kamerlid Den Haan kletskoek verkocht met haar verhaal over de drie toenaderingen.

graag 150 betrouwbare types als hoogste macht

Je kunt zeggen: laat gaan, joh, één onbeduidend Kamerlid van een eenmansfractie, maak je niet druk. Ik zie het anders. De Tweede Kamer, die zich laat voorstaan op zijn status als ‘hoogste macht’ en graag anderen de maat neemt is een invloedrijk orgaan waar iedere stem telt en één stem van een fractie meer of minder grote gevolgen kan hebben. De volksvertegenwoordiging dient te bestaan uit 150 betrouwbare types die de mensen geen onzin op de mouw spelden en niet liegen. Voor minder doe ik het niet. Vergissen mag, fouten maken ook, maar onzin kletsen, liegen en bedriegen is verboden. Ieder Kamerlid dat van die dwingende norm afwijkt is er een teveel.

Dat is, althans was, ook het standpunt van Kamerlid Liane den Haan. Tijdens het Kamerdebat van 1 april 2021 over de mislukte informatie-verkenning van Kajsa Ollongren en Annemarie Jorritsma verwoordde zij dit als volgt:

“Gisteren en vandaag hebben we met elkaar de Nederlandse burgers niet veel reden gegeven om hun vertrouwen in de politiek te laten groeien. Een premier die voor de camera zegt niet over collega Omtzigt te hebben gesproken maar naar nu blijkt dat wel heeft gedaan, schendt het vertrouwen. Het is onacceptabel gedrag van ons staatshoofd”.

‘Staatshoofd’ Rutte heeft niet de waarheid gesproken en dat stoort Liane den Haan. Onbetrouwbare politici schenden het vertrouwen van de burger in de politiek en moeten weg. Vindt zij. Ze steunde immers de moties van afkeuring en van wantrouwen die tegen VVD-leider Rutte werden ingediend.

Haar palmares beloven weinig goeds, maar als Liane den Haan niet ook zelf voor eeuwig te boek wil komen te staan als een onbetrouwbaar sujet dat niet thuishoort in ons parlement, doet ze er goed aan onmiddellijk bekend te maken welke drie partijen haar ‘concreet hebben benaderd’ en ons niet na het zomerreces het bos in te sturen door te vertellen dat het diepe nadenken heeft geleid tot de conclusie toch maar ‘fractie Den Haan’ te blijven waarna de ‘concrete’ toenaderingen in de mist verdwijnen.

Daarmee zou een zweem van onbetrouwbaarheid blijven hangen over een deel van de Tweede Kamer. Nu ze publiekelijk en meermaals de suggestie heeft gewekt dat drie grotere fracties open staan voor flagrant kiezersbedrog rest haar niets anders dan man en paard te noemen. Daarover zwijgen maakt haar niet alleen tot een oncollegiale matennaaier, maar vooral een fabulerende kletsmajoor die in de Tweede Kamer niets te zoeken heeft.

Driemaal kraaide de haan nadat de opportunistische apostel Petrus zijn leidsman Jezus bij herhaling verloochende. De parallellen van deze bijbelse vertelling met de strapatsen van Liane den Haan zijn treffend. Voor zover nodig raad ik haar wat theologische studie aan. Maar liefst vier evangeliën uit het Nieuwe Testament wijzen de weg. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

 Geert Dales

16 juli 2021

(Aanmeldingen voor updates van de website van Geert Dales via
https://www.geertdales.com/nieuwsbrief-reacties-contact).

Geplaatst in Geert Dales | Getagged , , , , , , | 1 reactie

Telegraafsma #23: ‘Democratische vrienden en vijanden’.

‘De rechtsstaat’
Soms hoor je een woord, spreek je het woord uit, praat je er over en schrijf je het woord op met de kennelijke gedachte dat iedereen wel weet waar het over gaat. In de voorgaande, en juist ook in de volgende ‘Telegraafsma’s’ komt het woord ‘rechtsstaat’ voor. Het belang van een goed en gelijk begrip van het woord rechtsstaat blijkt bijzonder groot. Vandaar de keuze om in deze Telegraafsma #23 een voorstel voor ‘een definitie’ van ‘de rechtsstaat’ te doen.

Macht en tegenmacht
In de verhouding van ‘de mens’ tegenover ‘de staat’ spreken we nu steeds over ‘macht en tegenmacht’. Is de democratie uiteindelijk de baas? Werkt het recht? Is het rechtvaardig? Hebben we de regering waar we recht op hebben? Worden fouten hersteld?

Definitie
Het is om de genoemde uitwerking van het werk van Pieter Omtzigt, de beschrijvingen van procedures bij de Hoge Raad en de Raad van State, werkwijzen in de financiële dienstverlening, de aankomende parlementaire enquêtes (‘de onderste steen boven’), enzovoort met de definitie van ‘de rechtsstaat’ een vast uitgangspunt te geven. Alweer niet met automatisch gemakkelijk taalgebruik. Even met elkaar van gedachten wisselen:
“wat is een rechtsstaat eigenlijk?”.

Recht
Uit het woordenboek: “Een rechtsstaat is een staat waarin de grondslag van het gezag en het recht wordt gelegd en waarin de uitoefening van dit gezag in al zijn verschijningsvormen onder de heerschappij van het recht wordt geplaatst”.
Dus:
– een staat;
– met gezag;
– met recht;
– onder heerschappij van het recht,

Bescherming
Vanuit de rechtsstaatgedachte is willekeur te voorkomen en zijn rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen. In een rechtsstaat worden burgers tegen de macht van de staat beschermd door wetten.
Dus:
– rechtszekerheid;
– rechtsgelijkheid;
– bescherming van de burger tegen de macht van de staat door wetten.

Onafhankelijke rechters
Onafhankelijke rechters kunnen bij een conflict oordelen en worden geacht de wetten te volgen. Een rechter kan bij overtredingen sancties opleggen die wettelijk geregeld zijn. Als de rechters in een staat niet onafhankelijk zijn, mag die staat geen rechtsstaat genoemd worden.

Gebonden overheid
Belangrijk is dat niet enkel de rechtsonderhorige, maar ook de overheid gebonden is door deze wetten. In het Latijn wordt dit samengevat met de volgende spreuk: patere legem quam ipse fecisti (onderga de wet die je zelf hebt gemaakt). Vaak worden de begrippen democratie begrippe en rechtsstaat door elkaar gebruikt, maar een democratie hoeft niet per se een rechtsstaat te zijn, en een rechtsstaat is niet per definitie een democratie.

Rechtsstatelijkheid
Een rechtsstaat is een staat waarin de overheidsmacht aan banden wordt gelegd door het recht (zoals het woord zelf reeds aanduidt). En recht is meer dan een systeem van wetten. Als een overheid of een functionaris daarvan zijn macht misbruikt, is per definitie geen sprake van een rechtsstaat, maar van een gebrek daaraan. In een rechtsstaat heerst evenwicht tussen een teveel en een tekort aan regels en kunnen wetten de inhoudelijke toets der kritiek doorstaan. Daarom wordt tegenwoordig vaak gesproken over rechtsstatelijkheid in plaats van over
‘De Rechtsstaat’.

Integriteit
Volgens sommige staatsrechtsgeleerden is het nuttig om rechtsstatelijkheid te beschouwen als een deugd voor organisaties, als een positieve karaktertrek derhalve. Integriteit kan worden gezien als een component van rechtsstatelijkheid.

Elementen van rechtsstatelijkheid
Als belangrijke elementen van rechtsstatelijkheid worden beschouwd:
– de constitutie en het legaliteitsbeginsel:
– de voorgaande rechtsregel;
– de scheiding der machten: de trias politica;
– onafhankelijke rechtspraak;
– grondrechten.

Staatsinrichting
De staatsinrichting (= de constitutie) vormt het belangrijkste element van een rechtsstaat. Daarmee worden de bevoegdheden van de verschillende overheden (van de Staten Generaal tot de Waterschappen) aan de staatsorganen toegekend en de functies verdeeld.
De constitutie kan geschreven of ongeschreven zijn. Het geschreven deel is dan de grondwet.

De grondwet
De grondwet kan flexibel of rigide zijn, met een verzwaarde of een gewone wijzigingsprocedure. Nederland kent een rigide grondwet: wijzigingen vereisen een ruime meerderheid. Een constitutie vormt overigens geen garantie op rechtsstatelijkheid; zo kent de wereld een groot aantal dictaturen met uitstekende grondwetten.

Het legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel betekent dat ieder overheidsoptreden berust op algemene, voor herhaalde toepassing vatbare rechtsregels. Met de toekenning van de vereiste bevoegdheden aan de juiste partijen. Wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende instanties zijn zelf ook gebonden door de wet. De binding van de rechtsprekende macht aan de wet blijkt ook uit de zogenaamde onschuldpresumptie: mensen moeten voor onschuldig gehouden worden tot het tegendeel is bewezen. Ze mogen niet opgesloten of anderszins gestraft worden als niet bewezen kan worden dat zij een wet hebben overtreden.

Voorafgaande rechtsregel
De voorafgaande rechtsregel’ houdt in dat nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht mogen worden toepast: je kunt niet achteraf veroordeeld worden voor een actie die nog niet verboden was op het moment dat deze plaatsvond. Weliswaar geldt dit nulla poena-beginsel in principe vooral voor het strafrecht, toch wordt deze eis in het algemeen aan alle voor de burger ingrijpende bepalingen gesteld.

Scheiding der machten
‘Scheiding der machten’ is een wezenlijk element van de rechtsstaat. Verschillende ambten met eigen bevoegdheden controleren elkaar. Door deze aan de Engelse staatsleer ontleende term checks and balances, wordt voorkomen dat een bepaald overheidsapparaat zijn macht zou misbruiken. Hiervoor is van belang dat de regelsteller en de uitvoerder van een regel niet in één ambt verenigd mogen zijn. Anders kunnen overheidsdienaren te gemakkelijk zelfontworpen regels botvieren op de burger.

Montesquieu
Een systeem volgens de trias politica van Montesquieu kan de scheiding der machten veiligstellen, maar ook andere vormen van machtenscheiding – zoals een parlementair
stelsel – kunnen de rechtsstatelijkheid bevorderen. In de constitutie van de VS is deze gedachte ontwikkeld tot een systeem van machtsevenwicht (checks and balances).

Nederland niet strikt
Dat Nederland de machtenscheiding niet strikt heeft toegepast volgens Montesquieu blijkt onder andere uit de procedure van formele wetgeving. Een formele wet komt niet alleen tot stand door het parlement, ook de instemming van de uitvoerende macht is hiervoor vereist.
(Zie artikel 81 Grondwet: De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en
de Staten-Generaal gezamenlijk). Anderzijds heeft de regering als uitvoerende macht een zelfstandige bevoegdheid tot materiële wet- en regelgeving met behulp van Algemene Maatregelen van Bestuur. (Artikel 89 Grondwet).

Onafhankelijke rechtspraak
 Onafhankelijke rechtspraak en de daaruit voortvloeiende rechtsbescherming tegen de overheid is een essentieel element van rechtsstatelijkheid.

Grondrechten
Grondrechten zijn een belangrijk element van rechtsstatelijkheid. In eerste instantie gaat het hierbij om klassieke grondrechten. Dit zijn immers ‘afweerrechten’ die onderdanen beschermen tegen de overheid, zie o.a.:
– de (Nederlandse) Grondwet artikel 1 t/m 17;
– het EVRM: Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
– het IVBPR Het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Zij waarborgen jegens de burger een staatsvrije sfeer.
De kenmerken van deze regels zijn:
– het waarborgen van de overheidsonthouding;
– de regels zijn rechtens afdwingbaar.

Sociale grondrechten
In de twintigste eeuw is men sociale grondrechten ook tot de rechtsstaatidee gaan rekenen. Strikt genomen passen zij daar niet bij, omdat zij de macht van de overheid juist uitbreiden.
Als kenmerken zien we:
– de mogelijkheid van een overheidsingrijpen;
– en dat de regels niet vanzelfsprekend afdwingbaar zijn.

Democratie en rechtsstaat
In de huidige opvatting wordt democratie vaak beschouwd als een onmisbaar element van rechtsstatelijkheid. Toch behoort de democratie historisch en logisch gezien niet noodzakelijkerwijs tot de rechtsstaatsidee. Theoretisch kan men zich dan ook een rechtsstaat voorstellen waarbij de overheid zich aan voorafgaande regels gebonden heeft, grondrechten van burgers respecteert en ambten kent die elkaar controleren, zonder dat de overheid democratisch gekozen is en zonder dat de regels democratisch zijn vastgesteld. Zo is ook theoretisch een democratie mogelijk die geen rechtsstaat vormt, wanneer elk geschil bijvoorbeeld via televoting wordt beslecht, los van bestaande regels.

Vriend of vijand
Hoe kan men dan toch de democratie in de klassieke rechtsstaatidee toepassen? Men zou kunnen zeggen dat democratie burgers de mogelijkheid geeft om elementen van de overheidsmacht te beïnvloeden en te corrigeren. In die zin kan het bijdragen aan de checks and balances. Dit hoeft overigens niet: democratie kan meningen en keuzes toestaan die neigen naar absolutisme en totalirisme. Dan keert een democratie zich tegen de beperking van machtsuitoefening door de overheid zoals de rechtsstaat die beoogt. De rechtsstaat beschermt bovendien de rechten van minderheden en indien nodig soms dus tegenover een democratische meerderheid. Democratie kan dus een vriend, maar ook een vijand zijn van de rechtsstaat. Anders gesteld kan de rechtsstaat gezien worden als een correctie op de uitwassen van een te rigoureuze democratie.

(Bron: Wikipedia).

Met een volgende Telegraafsma zullen wij een interview meesturen met een staatsrechtspecialist ‘over het huidige functioneren van de rechtsstaat’.
Graag vernemen wij ook jouw gedachten en mening. Link:

Abonneren: klik hier.

Geplaatst in De Kloof, Maatschappij, Pieter Omtzigt, Politiek | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #22: Vaarwel volksvertegenwoordiging. De Tweede Kamer: op sterven na dood?

Het is gewoon idioot (YouTube-link). Een beeld van de huidige politiek. Van zomaar iemand. Een mevrouw van 87 jaar oud: “Regeren? Het is alleen maar elkaar af zitten te katten. Het is gewoon idioot”.

De vraag
Zien we de mening van deze mevrouw als een vraag “Waar moeten we naar toe?” dan kunnen we zoeken naar mogelijke antwoorden. Er zijn mensen die al jaren werken ‘aan het functioneren van de politiek en het bestuur van ons land’.

Verbinding
Zo is er Peter Hovens. Peter kent als geen ander de overheid in al haar gedaanten. Als oud-ambtenaar en als (oud-)wethouder werkte hij vele jaren van onderop, vanuit inwoners, aan beleid en uitvoering. Op de website www.samenwereld.nl wordt, onder andere door Peter, vertelt hoe er verbinding kan worden kan worden gemaakt tussen de leefwereld van de burgers en de systeemwereld van de overheid.

Kwetsbaarheid
In een blog schrijft Peter bijvoorbeeld, recent over de kabinetsformatie: “ Met belangstelling volg ik de formatiebesprekingen. Met Herman Tjeenk Willink als informateur heb ik er wel vertrouwen in. Juist hij is degene die al jarenlang zijn zorgen uitspreekt over toestand van de democratische rechtsorde in Nederland. In zijn essay Groter denken, kleiner doen, Een oproep (2018) heeft hij indringend aandacht gevraagd voor de kwetsbaarheid van onze democratische rechtsorde.

Zorgen
In mijn boekenkast (ph) staan alle jaarverslagen van de Raad van State vanaf het moment dat hij vice-president van dit Hoge College van Staat was. Deze verslagen beginnen allemaal met het hoofdstuk ‘Algemene beschouwingen’, waarin Tjeenk Willink vanaf 1997 elk jaar tot en met het jaarverslag 2010 zijn zorgen uitte over het functioneren van de politiek, de verhouding tussen politiek en samenleving en de positie van de rechterlijke macht. Menigmaal heb ik gedacht ‘Wordt hij daar niet moe van?’ Ze leren immers toch niet.

Controleren
Ik lees op pagina 12 van zijn eerste jaarverslag het volgende: ‘Dat ‘primaat (van de politiek, ph)’ houdt niet in – en heeft ook nooit ingehouden – dat politieke ambtsdragers uiteindelijk zelf de macht hebben. Het houdt in dat zij macht controleren, allereerst de macht van de overheid zelf in haar verschillende onderdelen en gedaanten. Die controle is gericht op het overeind houden van de democratische en sociale rechtsorde’.

Macht en tegenmacht
Dit gaat dus over ‘macht’ en ‘tegenmacht’, twee woorden die na de Nieuwspoortlezing op 27 januari van dit jaar van Pieter Omtzigt over de toeslagenaffaire populair zijn geworden en die de vraag opwerpen of Rutte weer opnieuw premier kan worden. Immers de tegenmacht is de afgelopen tien jaar stelselmatig als betekenisloos weggezet.

Kleineren
Toch vraag ik me af of de ‘macht’ de ‘tegenmacht’ heeft gekleineerd of dat de ‘tegenmacht’ dit zelf doet. Een typisch staaltje daarvan hebben we mogen aanschouwen bij de verkiezing van de voorzitter van de Tweede Kamer. Als er iets is waar alleen de Tweede Kamer over gaat en de regering niets mee te maken heeft dan is het dit wel.

Partijpolitieke lijnen
Die verkiezing werd in de eerste ronde al gewonnen door Vera Bergkamp (D66). Iedereen snapt onmiddellijk dat niet alleen haar partijgenoten op haar hebben gestemd, maar dat ze ook gesteund is door de Tweede Kamerleden van de VVD. Met andere woorden de verkiezing binnen de politieke macht is bepaald langs de partijpolitieke lijnen met het oog op de formatie van de bestuurlijke macht. En dus wint weer de laatstgenoemde macht. Ik word er mismoedig van. Ze leren het nooit.

Examen doen
Tjeenk Willink moet een toelatingsexamen ‘Kennis en gevoel voor de democratische rechtsorde’ organiseren. Dit examen mag alleen worden afgelegd door gekozen volksvertegenwoordigers, die geen bestuurlijke ambities hebben. Let wel, het zijn kandidaat-ministers die het formatieproces domineren. Alleen de politici die voor het examen slagen mogen bij de informateur aanschuiven”.

Vaarwel volksvertegenwoordiging
Natuurlijk is dit op zich niet meer en minder dan de mening van Peter Hovens. Maar het is wel een man van de praktijk. Net als de al bij je geïntroduceerde Leo Klinkers. Beide heren (samenwerkende) bestuurskundigen dus.
Al in 2003 (!) schreef Leo Klinkers het essay “Vaarwel volksvertegenwoordiging” (klik link). Hij schrijft: : Het functioneren van de volksvertegenwoordiging is niet langer een taboe. We kunnen vrijuit praten over de zorgelijke kanten daarvan. De kritiek is uitgebreid, hard en groeit met de dag. Voorstellen voor ‘oplossingen’ zijn er legio. Maar het zijn ‘oplossingen’ zonder diagnoses. Dus die deugen niet. De representatieve democratie gaat sombere tijden tegemoet”.

Waar gaan we naar toe?
Kortom, Leo Klinkers keek in 2003 in de glazen bol. De vraag resteert: “zijn zijn voorspellingen uitgekomen?”. Wat moet er gebeuren? Krijgt de mevrouw van 87 jaar antwoord? We horen graag jouw mening, ……

Geplaatst in De Kloof, Leo Klinkers, Peter Hovens | Getagged , | Een reactie plaatsen