Telegraafsma #24: Zetelroof met voorbedachte rade.

Nederland is een rechtsstaat, daar gaan we nog steeds van uit. We zien wel bedreigingen, in verschillende vormen. Zoals aangegeven zal ik met de na deze Telegraafsma #24 beginnen met het nader bespreken van die bedreigingen van de rechtsstaat aan de hand van het werk en het boek van Pieter Omtzigt. In eerste instantie zal ik een drievoudig onderscheid maken in de vormen van bedreigingen.

Ten eerste is er natuurlijk de ondermijning van de rechtsstaat door de georganiseerde misdaad. Ten tweede zien we dat systemen en organisaties die ‘to big to fail’ zijn, ook boven de wet lijken te staan. Toezichthouders doen wel net alsof ze piepen, maar ze grijpen niet in met kennelijk ook daar ondermijning als gevolg. Over deze twee vormen van ondermijning later dus meer.


De meest relevante toezichthouder in Nederland is de Tweede Kamer.
De vraag is al eerder in een Telegraafsma gesteld:

“Wat zitten die lui daar te doen”?

Met grote dank aan de auteur Geert Dales neem ik integraal een tekst van hem over die hij op zijn website heeft gepubliceerd. Voor mij: aan dit voorbeeld van deze vorm van je-zelf-verrijken-en-daarmee-het-ondermijnen-van-de-rechtsstaat niets toe te voegen. Te meer omdat er een stap verder gesteld kan worden dat daarmee vertegenwoordigers en onderdelen van de Nederlandse overheid zelf de boel ondermijnen.

DAAR KRAAIDE EEN HAAN DRIEMAAL
Auteur: Geert Dales

hoe een onbetrouwbaar Tweede Kamerlid collega’s in de verdachtenbank zet en het gezag van de Kamer ondermijnt

In maart 2017 werd Femke Merel van Kooten-Arissen gekozen tot Tweede Kamerlid voor de Partij voor de Dieren. Ruim twee jaar later maakte ze zich, uit onvrede over de koers van de fractie, los van de PvdD en ging verder als eenpitter. Toenmalig 50PLUS fractievoorzitter Henk Krol rook een kans. Op zijn aandrang werd Van Kooten, alom gezien als een bekwaam parlementariër, lid van 50PLUS. Heel kort is in de 50PLUS fractie -buiten medeweten van Van Kooten- besproken of zij kon aanschuiven waardoor die van vier naar vijf leden zou gaan. Binnen een minuut waren we –als partijvoorzitter nam ik deel aan de vergaderingen- eruit: nee. Samenwerken, overleggen, afstemmen, allemaal prima. Maar Kamerlid voor 50PLUS word je alleen door je bij verkiezingen te kandideren, een mooie plek op de lijst te verwerven en gekozen te worden.

Dit was en is de gedragslijn van alle partijen die in de Tweede Kamer waren en zijn vertegenwoordigd. De enige uitzondering die mij bekend is betreft de kortstondige alliantie vanaf eind 2020 van ex-VVD’er Wybren van Haga met de fractie van Forum voor Democratie, waarmee de normloosheid, onbetrouwbaarheid en het opportunisme aan beide zijden extra accent kreeg. Deze annexatie duurde overigens maar kort. In maart van dit jaar werd Van Haga alsnog via de kieslijst regulier fractielid van FvD.

Dat verder geen enkele partij de poorten heeft opengezet voor een overloper verbaast niet. Grondwettelijk komt een Kamerzetel niet een partij, maar de gekozene toe. Dit laat onverlet dat in het Nederlandse stelsel het kiezersmandaat verkregen wordt via politieke partijen. Dat geldt ook voor degenen die met voorkeursstemmen in de Kamer komen, zeker zolang daarvoor maar een kwart van de kiesdeler nodig is. In de huidige Kamer zitten slechts vier leden die niet de nummer 1 waren maar toch meer stemmen kregen dan de kiesdeler: Pieter Omtzigt, Wybren van Haga, Renske Leijten en Tunahan Kuzu. Zelfs Khadija Arib kwam niet in de buurt van de 69.588 stemmen die nodig waren om met gezag te kunnen zeggen ‘ik ben zelfstandig gekozen’.

Er zijn dus 146 Kamerleden die bij een overstap naar een andere fractie terecht verweten kan worden hun partij en de kiezers die erop gestemd hebben te belazeren. Dat geldt in bijzondere mate voor degenen die lijsttrekker waren. Hun overstap zou de overtreffende trap van kiezersbedrog zijn. Geen serieuze partij zal zich kwetsbaar maken door zulk wangedrag te faciliteren.

‘jij bent iemand van de inhoud’

Toch loopt er op het Binnenhof iemand rond die de lijsttrekker was, desondanks maar nipt de kiesdeler haalde, zes weken na de verkiezingen de eigen partij verliet en in weerwil van deze lamentabele staat van dienst claimt dat niet minder dan drie partijen, met ieder een ruim zetelaantal, haar hebben benaderd om aan te schuiven. Haar naam is Liane den Haan, fractievoorzitter en enig lid van de ‘fractie Den Haan’. Als het waar is wat ze zegt zou ze parlementaire geschiedenis schrijven. Maar het is kletskoek.

Op 17 maart jl. werd zij als lijsttrekker van 50PLUS gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Anderhalve maand en een hoop geruzie later scheidde ze zich af van haar partij en ging verder als ‘fractie Den Haan’, met hele andere standpunten dan die van 50PLUS. Geen baken van betrouwbaarheid, lijkt me.

Haar eerdere politieke zwerftocht, van D66 naar PvdA, Progressief Woerden en vervolgens via vrijages met het CDA naar ouderenpartij 50PLUS, zette ook al vraagtekens bij haar oprechtheid.

In augustus 2020 haalde de betweterige partijvoorzitter Jan Nagel haar, ondanks ernstige waarschuwingen, triomfantelijk binnen als opvolger van de vertrokken politiek leider Henk Krol en werd Liane den Haan kandidaat-lijsttrekker voor 50PLUS. Ze liet weten volledig achter de ideologie en standpunten van de ouderenpartij te staan. In oktober 2020 werd ze gekroond tot de nummer 1. Nog geen twee maanden later was het bal.

Waar 50PLUS mordicus tegen herziening van het pensioenstelsel was –‘het beste ter wereld’- vond Den Haan ineens dat het door 50PLUS gewraakte pensioenakkoord van regering en sociale partners (‘casinopensioen’) steun verdiende. Waar 50PLUS traditioneel pleitte voor ‘AOW terug naar 65 jaar’ achtte Den Haan dat een onbegaanbare weg. Gevolg: slaande ruzie met het partijbestuur en andere kandidaat-Kamerleden, breed uitgemeten in de media en afgestraft met een daverend verlies bij de verkiezingen. Eén zetel bleef er over van de vier. Op die zetel zat en zit Den Haan, de draaier die loog dat ze bij 50PLUS thuishoorde. Als onervaren eenling doolt ze nu door het Kamergebouw, met in haar ogen de verschrikte blik van een kip die de vos ontmoet en wanhopig op zoek is naar een veilig toevluchtsoord.

Een paar weken geleden liet het Kamerlid via de NOS weten “concreet te zijn benaderd door drie partijen” om zich bij hen aan te sluiten. Tijdens het zomerreces ging ze erover nadenken. In de NRC van 15 juli herhaalde ze die boodschap. Die drie partijen vinden haar, naar eigen zeggen, ‘iemand van de inhoud’ die ze graag zouden inlijven. “Alle drie hebben zetels genoeg dus ze hoeven het echt niet te doen voor een extra zeteltje”, rechtvaardigde ze haar bedenkelijke hersenspinsels. Nog gekker werd het toen ze zei in een grotere fractie graag over zorg en wonen te praten. “Niet over pensioenen, want om nou te zeggen dat ik dat leuk vind, nee”. Aldus de gewezen lijsttrekker van de pensioenpartij. Hoe onbetrouwbaar wil je het hebben?

zetelrover welkom?

Namen van de drie partijen die haar zouden hebben benaderd noemde Den Haan niet, zich kennelijk niet realiserend dat ze daarmee een aanzienlijk aantal collega-Kamerleden in de verdachtenbank plaatste. Drie grotere partijen, samen goed voor

een flink aantal Kamerzetels, zijn volgens Den Haan bereid een onbetrouwbare zetelrover, afkomstig uit een partij met een hele andere ideologie en gekozen op basis van totaal andere standpunten dan ze nu huldigt, toe te laten tot hun fractie. Een incriminatie van forse omvang, die niet onweerlegd mag blijven.

Den Haans aansluiting bij een andere fractie zou parlementaire geschiedenis schrijven. Los van het kortstondige bondje van Van Haga en FvD voorafgaand aan de verkiezingen van 2021 is het immers nog nooit voorgekomen dat een fractie zichzelf uitbreidt met een overloper. Dat het verhaal van Den Haan zeer ongeloofwaardig is blijkt niet alleen uit de parlementaire geschiedenis, maar ook uit de visie op ‘zetelroof’ van alle partijen die in beeld komen als toevluchtsoord voor het eenzame Kamerlid. Gezien haar eerdere politieke Werdegang zijn dat vooral D66, PvdA, het CDA en GroenLinks.

Het CDA, de PvdA en GroenLinks hebben, net als de VVD en 50PLUS, van kandidaten een verklaring gevraagd dat zij hun partijlidmaatschap opzeggen en uit de Kamer vertrekken als ze de fractie waarvoor ze gekozen zijn willen verlaten. Het zou wel heel gek zijn als zij de gewezen 50PLUS lijsttrekker politiek asiel verlenen.

Deze partijen hebben, net als D66, de SP, PvdD, SGP, CU en PVV van harte meegewerkt aan de wijzigingen in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer om het afsplitsers zo moeilijk mogelijk te maken: minder geld, minder spreektijd en minder toegang tot vertrouwelijke stukken Ergo: zij pruimen zetelrovers niet. Dit speelde eind 2016 toen Volt, BBB, Bij1, FvD en JA21 nog niet in de Kamer vertegenwoordigd waren. Deze vijf kunnen echter ook Liane’s vluchtheuvel niet zijn, want ze had het over partijen met ruime zetelaantallen.

D66, Den Haans oude partij, strijdt onder aanvoering van minister van BZK Ollongren tegen zetelroof. Herhaaldelijk heeft Ollongren gemeenten erop gewezen dat ook zij maatregelen kunnen en moeten nemen om het afsplitsen, dat op gemeentelijk niveau veelvuldig voorkomt, te ontmoedigen. Het is ondenkbaar dat D66 Den Haan entrée gaat verschaffen.

Historicus Geerten Waling, auteur van het veel geciteerde boek ‘Zetelroof; fractiediscipline en afsplitsing in de Tweede Kamer 1917-2017’ acht het desgevraagd “zeer onwaarschijnlijk dat een politieke partij, zeker eentje met een grotere fractie, open zou staan voor zo’n overstap, laat staan daartoe zelf het initiatief zou nemen”. Nog onwaarschijnlijker acht hij het dat maar liefst drie politieke partijen daartoe bereid zouden zijn.

De eminence grise van de politiek commentatoren Kees Boonman deelt die mening. “Het is eigenlijk niet bestaanbaar. Zetelroof is feitelijk kiezersroof. Een partij die een afsplitser binnenlaat maakt zich schuldig aan heling. Geen serieuze partij doet dat”.

RTL-routinier Frits Wester zegt “Nee, ik kan me niet voorstellen dat er een partij is die daar behoefte aan heeft”.

Uiteraard heb ik ook Liane den Haan -per email- gevraagd of het wel echt waar is dat drie grotere fracties haar ‘concreet’ benaderd hebben en zo ja, welke en of ze van mening is dat Kamerleden altijd de waarheid moeten spreken. Zij reageerde niet. Dat kwam niet door vakantie op een verre bestemming, want de avond voor de ochtend waarop ik haar mailde was ze nog aanwezig bij een Kamerdebat.

Dit alles wijst erop dat het Kamerlid Den Haan kletskoek verkocht met haar verhaal over de drie toenaderingen.

graag 150 betrouwbare types als hoogste macht

Je kunt zeggen: laat gaan, joh, één onbeduidend Kamerlid van een eenmansfractie, maak je niet druk. Ik zie het anders. De Tweede Kamer, die zich laat voorstaan op zijn status als ‘hoogste macht’ en graag anderen de maat neemt is een invloedrijk orgaan waar iedere stem telt en één stem van een fractie meer of minder grote gevolgen kan hebben. De volksvertegenwoordiging dient te bestaan uit 150 betrouwbare types die de mensen geen onzin op de mouw spelden en niet liegen. Voor minder doe ik het niet. Vergissen mag, fouten maken ook, maar onzin kletsen, liegen en bedriegen is verboden. Ieder Kamerlid dat van die dwingende norm afwijkt is er een teveel.

Dat is, althans was, ook het standpunt van Kamerlid Liane den Haan. Tijdens het Kamerdebat van 1 april 2021 over de mislukte informatie-verkenning van Kajsa Ollongren en Annemarie Jorritsma verwoordde zij dit als volgt:

“Gisteren en vandaag hebben we met elkaar de Nederlandse burgers niet veel reden gegeven om hun vertrouwen in de politiek te laten groeien. Een premier die voor de camera zegt niet over collega Omtzigt te hebben gesproken maar naar nu blijkt dat wel heeft gedaan, schendt het vertrouwen. Het is onacceptabel gedrag van ons staatshoofd”.

‘Staatshoofd’ Rutte heeft niet de waarheid gesproken en dat stoort Liane den Haan. Onbetrouwbare politici schenden het vertrouwen van de burger in de politiek en moeten weg. Vindt zij. Ze steunde immers de moties van afkeuring en van wantrouwen die tegen VVD-leider Rutte werden ingediend.

Haar palmares beloven weinig goeds, maar als Liane den Haan niet ook zelf voor eeuwig te boek wil komen te staan als een onbetrouwbaar sujet dat niet thuishoort in ons parlement, doet ze er goed aan onmiddellijk bekend te maken welke drie partijen haar ‘concreet hebben benaderd’ en ons niet na het zomerreces het bos in te sturen door te vertellen dat het diepe nadenken heeft geleid tot de conclusie toch maar ‘fractie Den Haan’ te blijven waarna de ‘concrete’ toenaderingen in de mist verdwijnen.

Daarmee zou een zweem van onbetrouwbaarheid blijven hangen over een deel van de Tweede Kamer. Nu ze publiekelijk en meermaals de suggestie heeft gewekt dat drie grotere fracties open staan voor flagrant kiezersbedrog rest haar niets anders dan man en paard te noemen. Daarover zwijgen maakt haar niet alleen tot een oncollegiale matennaaier, maar vooral een fabulerende kletsmajoor die in de Tweede Kamer niets te zoeken heeft.

Driemaal kraaide de haan nadat de opportunistische apostel Petrus zijn leidsman Jezus bij herhaling verloochende. De parallellen van deze bijbelse vertelling met de strapatsen van Liane den Haan zijn treffend. Voor zover nodig raad ik haar wat theologische studie aan. Maar liefst vier evangeliën uit het Nieuwe Testament wijzen de weg. Een gewaarschuwd mens telt voor twee.

 Geert Dales

16 juli 2021

(Aanmeldingen voor updates van de website van Geert Dales via
https://www.geertdales.com/nieuwsbrief-reacties-contact).

Geplaatst in Geert Dales | Getagged , , , , , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #23: ‘Democratische vrienden en vijanden’.

‘De rechtsstaat’
Soms hoor je een woord, spreek je het woord uit, praat je er over en schrijf je het woord op met de kennelijke gedachte dat iedereen wel weet waar het over gaat. In de voorgaande, en juist ook in de volgende ‘Telegraafsma’s’ komt het woord ‘rechtsstaat’ voor. Het belang van een goed en gelijk begrip van het woord rechtsstaat blijkt bijzonder groot. Vandaar de keuze om in deze Telegraafsma #23 een voorstel voor ‘een definitie’ van ‘de rechtsstaat’ te doen.

Macht en tegenmacht
In de verhouding van ‘de mens’ tegenover ‘de staat’ spreken we nu steeds over ‘macht en tegenmacht’. Is de democratie uiteindelijk de baas? Werkt het recht? Is het rechtvaardig? Hebben we de regering waar we recht op hebben? Worden fouten hersteld?

Definitie
Het is om de genoemde uitwerking van het werk van Pieter Omtzigt, de beschrijvingen van procedures bij de Hoge Raad en de Raad van State, werkwijzen in de financiële dienstverlening, de aankomende parlementaire enquêtes (‘de onderste steen boven’), enzovoort met de definitie van ‘de rechtsstaat’ een vast uitgangspunt te geven. Alweer niet met automatisch gemakkelijk taalgebruik. Even met elkaar van gedachten wisselen:
“wat is een rechtsstaat eigenlijk?”.

Recht
Uit het woordenboek: “Een rechtsstaat is een staat waarin de grondslag van het gezag en het recht wordt gelegd en waarin de uitoefening van dit gezag in al zijn verschijningsvormen onder de heerschappij van het recht wordt geplaatst”.
Dus:
– een staat;
– met gezag;
– met recht;
– onder heerschappij van het recht,

Bescherming
Vanuit de rechtsstaatgedachte is willekeur te voorkomen en zijn rechtszekerheid en rechtsgelijkheid te bevorderen. In een rechtsstaat worden burgers tegen de macht van de staat beschermd door wetten.
Dus:
– rechtszekerheid;
– rechtsgelijkheid;
– bescherming van de burger tegen de macht van de staat door wetten.

Onafhankelijke rechters
Onafhankelijke rechters kunnen bij een conflict oordelen en worden geacht de wetten te volgen. Een rechter kan bij overtredingen sancties opleggen die wettelijk geregeld zijn. Als de rechters in een staat niet onafhankelijk zijn, mag die staat geen rechtsstaat genoemd worden.

Gebonden overheid
Belangrijk is dat niet enkel de rechtsonderhorige, maar ook de overheid gebonden is door deze wetten. In het Latijn wordt dit samengevat met de volgende spreuk: patere legem quam ipse fecisti (onderga de wet die je zelf hebt gemaakt). Vaak worden de begrippen democratie begrippe en rechtsstaat door elkaar gebruikt, maar een democratie hoeft niet per se een rechtsstaat te zijn, en een rechtsstaat is niet per definitie een democratie.

Rechtsstatelijkheid
Een rechtsstaat is een staat waarin de overheidsmacht aan banden wordt gelegd door het recht (zoals het woord zelf reeds aanduidt). En recht is meer dan een systeem van wetten. Als een overheid of een functionaris daarvan zijn macht misbruikt, is per definitie geen sprake van een rechtsstaat, maar van een gebrek daaraan. In een rechtsstaat heerst evenwicht tussen een teveel en een tekort aan regels en kunnen wetten de inhoudelijke toets der kritiek doorstaan. Daarom wordt tegenwoordig vaak gesproken over rechtsstatelijkheid in plaats van over
‘De Rechtsstaat’.

Integriteit
Volgens sommige staatsrechtsgeleerden is het nuttig om rechtsstatelijkheid te beschouwen als een deugd voor organisaties, als een positieve karaktertrek derhalve. Integriteit kan worden gezien als een component van rechtsstatelijkheid.

Elementen van rechtsstatelijkheid
Als belangrijke elementen van rechtsstatelijkheid worden beschouwd:
– de constitutie en het legaliteitsbeginsel:
– de voorgaande rechtsregel;
– de scheiding der machten: de trias politica;
– onafhankelijke rechtspraak;
– grondrechten.

Staatsinrichting
De staatsinrichting (= de constitutie) vormt het belangrijkste element van een rechtsstaat. Daarmee worden de bevoegdheden van de verschillende overheden (van de Staten Generaal tot de Waterschappen) aan de staatsorganen toegekend en de functies verdeeld.
De constitutie kan geschreven of ongeschreven zijn. Het geschreven deel is dan de grondwet.

De grondwet
De grondwet kan flexibel of rigide zijn, met een verzwaarde of een gewone wijzigingsprocedure. Nederland kent een rigide grondwet: wijzigingen vereisen een ruime meerderheid. Een constitutie vormt overigens geen garantie op rechtsstatelijkheid; zo kent de wereld een groot aantal dictaturen met uitstekende grondwetten.

Het legaliteitsbeginsel
Het legaliteitsbeginsel betekent dat ieder overheidsoptreden berust op algemene, voor herhaalde toepassing vatbare rechtsregels. Met de toekenning van de vereiste bevoegdheden aan de juiste partijen. Wetgevende, rechtsprekende en uitvoerende instanties zijn zelf ook gebonden door de wet. De binding van de rechtsprekende macht aan de wet blijkt ook uit de zogenaamde onschuldpresumptie: mensen moeten voor onschuldig gehouden worden tot het tegendeel is bewezen. Ze mogen niet opgesloten of anderszins gestraft worden als niet bewezen kan worden dat zij een wet hebben overtreden.

Voorafgaande rechtsregel
De voorafgaande rechtsregel’ houdt in dat nieuwe wetten niet met terugwerkende kracht mogen worden toepast: je kunt niet achteraf veroordeeld worden voor een actie die nog niet verboden was op het moment dat deze plaatsvond. Weliswaar geldt dit nulla poena-beginsel in principe vooral voor het strafrecht, toch wordt deze eis in het algemeen aan alle voor de burger ingrijpende bepalingen gesteld.

Scheiding der machten
‘Scheiding der machten’ is een wezenlijk element van de rechtsstaat. Verschillende ambten met eigen bevoegdheden controleren elkaar. Door deze aan de Engelse staatsleer ontleende term checks and balances, wordt voorkomen dat een bepaald overheidsapparaat zijn macht zou misbruiken. Hiervoor is van belang dat de regelsteller en de uitvoerder van een regel niet in één ambt verenigd mogen zijn. Anders kunnen overheidsdienaren te gemakkelijk zelfontworpen regels botvieren op de burger.

Montesquieu
Een systeem volgens de trias politica van Montesquieu kan de scheiding der machten veiligstellen, maar ook andere vormen van machtenscheiding – zoals een parlementair
stelsel – kunnen de rechtsstatelijkheid bevorderen. In de constitutie van de VS is deze gedachte ontwikkeld tot een systeem van machtsevenwicht (checks and balances).

Nederland niet strikt
Dat Nederland de machtenscheiding niet strikt heeft toegepast volgens Montesquieu blijkt onder andere uit de procedure van formele wetgeving. Een formele wet komt niet alleen tot stand door het parlement, ook de instemming van de uitvoerende macht is hiervoor vereist.
(Zie artikel 81 Grondwet: De vaststelling van wetten geschiedt door de regering en
de Staten-Generaal gezamenlijk). Anderzijds heeft de regering als uitvoerende macht een zelfstandige bevoegdheid tot materiële wet- en regelgeving met behulp van Algemene Maatregelen van Bestuur. (Artikel 89 Grondwet).

Onafhankelijke rechtspraak
 Onafhankelijke rechtspraak en de daaruit voortvloeiende rechtsbescherming tegen de overheid is een essentieel element van rechtsstatelijkheid.

Grondrechten
Grondrechten zijn een belangrijk element van rechtsstatelijkheid. In eerste instantie gaat het hierbij om klassieke grondrechten. Dit zijn immers ‘afweerrechten’ die onderdanen beschermen tegen de overheid, zie o.a.:
– de (Nederlandse) Grondwet artikel 1 t/m 17;
– het EVRM: Het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden;
– het IVBPR Het internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.
Zij waarborgen jegens de burger een staatsvrije sfeer.
De kenmerken van deze regels zijn:
– het waarborgen van de overheidsonthouding;
– de regels zijn rechtens afdwingbaar.

Sociale grondrechten
In de twintigste eeuw is men sociale grondrechten ook tot de rechtsstaatidee gaan rekenen. Strikt genomen passen zij daar niet bij, omdat zij de macht van de overheid juist uitbreiden.
Als kenmerken zien we:
– de mogelijkheid van een overheidsingrijpen;
– en dat de regels niet vanzelfsprekend afdwingbaar zijn.

Democratie en rechtsstaat
In de huidige opvatting wordt democratie vaak beschouwd als een onmisbaar element van rechtsstatelijkheid. Toch behoort de democratie historisch en logisch gezien niet noodzakelijkerwijs tot de rechtsstaatsidee. Theoretisch kan men zich dan ook een rechtsstaat voorstellen waarbij de overheid zich aan voorafgaande regels gebonden heeft, grondrechten van burgers respecteert en ambten kent die elkaar controleren, zonder dat de overheid democratisch gekozen is en zonder dat de regels democratisch zijn vastgesteld. Zo is ook theoretisch een democratie mogelijk die geen rechtsstaat vormt, wanneer elk geschil bijvoorbeeld via televoting wordt beslecht, los van bestaande regels.

Vriend of vijand
Hoe kan men dan toch de democratie in de klassieke rechtsstaatidee toepassen? Men zou kunnen zeggen dat democratie burgers de mogelijkheid geeft om elementen van de overheidsmacht te beïnvloeden en te corrigeren. In die zin kan het bijdragen aan de checks and balances. Dit hoeft overigens niet: democratie kan meningen en keuzes toestaan die neigen naar absolutisme en totalirisme. Dan keert een democratie zich tegen de beperking van machtsuitoefening door de overheid zoals de rechtsstaat die beoogt. De rechtsstaat beschermt bovendien de rechten van minderheden en indien nodig soms dus tegenover een democratische meerderheid. Democratie kan dus een vriend, maar ook een vijand zijn van de rechtsstaat. Anders gesteld kan de rechtsstaat gezien worden als een correctie op de uitwassen van een te rigoureuze democratie.

(Bron: Wikipedia).

Met een volgende Telegraafsma zullen wij een interview meesturen met een staatsrechtspecialist ‘over het huidige functioneren van de rechtsstaat’.
Graag vernemen wij ook jouw gedachten en mening. Link:

Abonneren: klik hier.

Geplaatst in De Kloof, Maatschappij, Pieter Omtzigt, Politiek | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #22: Vaarwel volksvertegenwoordiging. De Tweede Kamer: op sterven na dood?

Het is gewoon idioot (YouTube-link). Een beeld van de huidige politiek. Van zomaar iemand. Een mevrouw van 87 jaar oud: “Regeren? Het is alleen maar elkaar af zitten te katten. Het is gewoon idioot”.

De vraag
Zien we de mening van deze mevrouw als een vraag “Waar moeten we naar toe?” dan kunnen we zoeken naar mogelijke antwoorden. Er zijn mensen die al jaren werken ‘aan het functioneren van de politiek en het bestuur van ons land’.

Verbinding
Zo is er Peter Hovens. Peter kent als geen ander de overheid in al haar gedaanten. Als oud-ambtenaar en als (oud-)wethouder werkte hij vele jaren van onderop, vanuit inwoners, aan beleid en uitvoering. Op de website www.samenwereld.nl wordt, onder andere door Peter, vertelt hoe er verbinding kan worden kan worden gemaakt tussen de leefwereld van de burgers en de systeemwereld van de overheid.

Kwetsbaarheid
In een blog schrijft Peter bijvoorbeeld, recent over de kabinetsformatie: “ Met belangstelling volg ik de formatiebesprekingen. Met Herman Tjeenk Willink als informateur heb ik er wel vertrouwen in. Juist hij is degene die al jarenlang zijn zorgen uitspreekt over toestand van de democratische rechtsorde in Nederland. In zijn essay Groter denken, kleiner doen, Een oproep (2018) heeft hij indringend aandacht gevraagd voor de kwetsbaarheid van onze democratische rechtsorde.

Zorgen
In mijn boekenkast (ph) staan alle jaarverslagen van de Raad van State vanaf het moment dat hij vice-president van dit Hoge College van Staat was. Deze verslagen beginnen allemaal met het hoofdstuk ‘Algemene beschouwingen’, waarin Tjeenk Willink vanaf 1997 elk jaar tot en met het jaarverslag 2010 zijn zorgen uitte over het functioneren van de politiek, de verhouding tussen politiek en samenleving en de positie van de rechterlijke macht. Menigmaal heb ik gedacht ‘Wordt hij daar niet moe van?’ Ze leren immers toch niet.

Controleren
Ik lees op pagina 12 van zijn eerste jaarverslag het volgende: ‘Dat ‘primaat (van de politiek, ph)’ houdt niet in – en heeft ook nooit ingehouden – dat politieke ambtsdragers uiteindelijk zelf de macht hebben. Het houdt in dat zij macht controleren, allereerst de macht van de overheid zelf in haar verschillende onderdelen en gedaanten. Die controle is gericht op het overeind houden van de democratische en sociale rechtsorde’.

Macht en tegenmacht
Dit gaat dus over ‘macht’ en ‘tegenmacht’, twee woorden die na de Nieuwspoortlezing op 27 januari van dit jaar van Pieter Omtzigt over de toeslagenaffaire populair zijn geworden en die de vraag opwerpen of Rutte weer opnieuw premier kan worden. Immers de tegenmacht is de afgelopen tien jaar stelselmatig als betekenisloos weggezet.

Kleineren
Toch vraag ik me af of de ‘macht’ de ‘tegenmacht’ heeft gekleineerd of dat de ‘tegenmacht’ dit zelf doet. Een typisch staaltje daarvan hebben we mogen aanschouwen bij de verkiezing van de voorzitter van de Tweede Kamer. Als er iets is waar alleen de Tweede Kamer over gaat en de regering niets mee te maken heeft dan is het dit wel.

Partijpolitieke lijnen
Die verkiezing werd in de eerste ronde al gewonnen door Vera Bergkamp (D66). Iedereen snapt onmiddellijk dat niet alleen haar partijgenoten op haar hebben gestemd, maar dat ze ook gesteund is door de Tweede Kamerleden van de VVD. Met andere woorden de verkiezing binnen de politieke macht is bepaald langs de partijpolitieke lijnen met het oog op de formatie van de bestuurlijke macht. En dus wint weer de laatstgenoemde macht. Ik word er mismoedig van. Ze leren het nooit.

Examen doen
Tjeenk Willink moet een toelatingsexamen ‘Kennis en gevoel voor de democratische rechtsorde’ organiseren. Dit examen mag alleen worden afgelegd door gekozen volksvertegenwoordigers, die geen bestuurlijke ambities hebben. Let wel, het zijn kandidaat-ministers die het formatieproces domineren. Alleen de politici die voor het examen slagen mogen bij de informateur aanschuiven”.

Vaarwel volksvertegenwoordiging
Natuurlijk is dit op zich niet meer en minder dan de mening van Peter Hovens. Maar het is wel een man van de praktijk. Net als de al bij je geïntroduceerde Leo Klinkers. Beide heren (samenwerkende) bestuurskundigen dus.
Al in 2003 (!) schreef Leo Klinkers het essay “Vaarwel volksvertegenwoordiging” (klik link). Hij schrijft: : Het functioneren van de volksvertegenwoordiging is niet langer een taboe. We kunnen vrijuit praten over de zorgelijke kanten daarvan. De kritiek is uitgebreid, hard en groeit met de dag. Voorstellen voor ‘oplossingen’ zijn er legio. Maar het zijn ‘oplossingen’ zonder diagnoses. Dus die deugen niet. De representatieve democratie gaat sombere tijden tegemoet”.

Waar gaan we naar toe?
Kortom, Leo Klinkers keek in 2003 in de glazen bol. De vraag resteert: “zijn zijn voorspellingen uitgekomen?”. Wat moet er gebeuren? Krijgt de mevrouw van 87 jaar antwoord? We horen graag jouw mening, ……

Geplaatst in De Kloof, Leo Klinkers, Peter Hovens | Getagged , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #21: De grondslagen van het politieke ambt, Leo Klinkers

Graag wil ik aan je voorstellen: Leo Klinkers. Niet zo maar een bestuurskundige.

LEO KLINKERS 
inspireert om anders naar de wereld te kijken dan je tot nog toe deed.

De publieke zaak
Leo is, als bestuurskundige dus, al meer dan 40 jaar op een missie: de organisatie van onze publieke zaak verbeteren zodat deze de mensen beter dient waarvoor zij is opgezet. 
Leo zag reeds in de jaren zeventig het toenemende belang van interactie tussen overheid en samenleving. Daarom ontwikkelde hij de Methode Samenlevingsbeleid. Deze methode om met en vanuit de samenleving tot beleid en acties te komen paste hij vervolgens toe in tal van grote maatschappelijke vraagstukken in binnen- en buitenland. 

Europa
Als wereldburger en deskundige levert Leo de laatste jaren een grote bijdrage aan het debat over de noodzakelijke staatkundige hervormingen binnen de Europese samenwerking. 

Wielen uitvinden?
Leo heb ik (RG) al enige jaren geleden mogen leren kennen. Het is niet anders: ‘een leermeester’. Ook hier: waarom het wiel opnieuw uitvinden? Het versterken en doorvertellen van zijn ‘levenswerk’ beschouw ik bijna als een opdracht. Zeker daar waar we nu een uitwerking gaan maken van het werk en de betekenis van een Kamerlid als Pieter Omtzigt.
Als kader om het doen en laten van de politiek en het bestuur te bezien.

Leo Klinkers over het politieke ambt:
“Het politieke ambt is het belangrijkste ambt ter wereld. Waar het politieke ambt afwezig is vallen samenlevingen uiteen en nemen populistisch-nationalistische autocraten de macht over, niet zelden eindigend in verdelging van groepen mensen die ‘anders’ zijn. Maar ‘de politiek’ – dus de manier waarop dagelijks dat politieke ambt wordt uitgeoefend – is naar mijn ervaring van vijftig jaar werken voor politici in binnen- en buitenland de oorzaak van de belangrijkste problemen in de samenleving.

Poortwachters
Te weten: alleen voor het verrichten van ongeschoolde arbeid en voor het verwerven van een politieke baan is geen diploma vereist. Politieke partijen, waar ook ter wereld, zijn niet in staat, of niet bereid, om als poortwachter te fungeren. Poortwachter in die zin dat zij kandidaten voor het ambt van volksvertegenwoordiger of bestuurder beoordelen op de vraag of dezen voldoende kennis van en inzicht in de grondslagen van het politieke ambt hebben.

Als men zich afvraagt hoe het komt dat:
– volgens onderzoek van Amnesty International
– 157 van de 193 lidstaten van de Verenigde Naties mensenrechten schenden, dan vindt men daarin, dus in het structurele ontbreken van kennis van en inzicht in de grondslagen van het politieke ambt, de oorzaak”.

Aan de slag
Tja, soms kan een ‘levenswerk’ niet zomaar even verteld worden. Of zo maar even gelezen.
Het werk van Leo Klinkers lezen kan enige inspanning kosten. Je zal verbaast staan over het rendement. Mijn voorstel: bestudeer dit artikel ‘Grondslagen van het politieke ambt’ svp, ga er mee aan het werk en laat weten wat je er van denkt.

Geplaatst in Leo Klinkers | Getagged | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #20: Het leven delen, …….: “Een nieuw sociaal contract”.

Het wiel opnieuw uitvinden, heeft in het algemeen geen zin. Een wiel, tegen alle mogelijke, obstakels en hindernissen in (helpen te) laten draaien kan wel zin hebben.

Zo’n wiel blijkt te zijn, diepgaand, uitgedacht door Pieter Omtzigt.
Hij schreef het boek “Een nieuw sociaal contract”.

Macht en tegenmacht
Over dit boek: “Heel lang geloofden we dat Nederland af was. Maar schijn bedriegt. Pieter Omtzigt laat zien dat er in Nederland grote problemen zijn met macht en tegenmacht. De mechanismen van de rechtsstaat functioneren niet goed meer, zoals uit het kinderopvangtoeslagenschandaal is gebleken. Omtzigt pleit vanuit zijn ervaringen in de politiek voor een nieuw sociaal contract.

Het is nodig om het vertrouwen tussen overheid en burgers te herstellen. Dat is zeker niet eenvoudig. We moeten instituties herbouwen door checks-and-balances te hernieuwen.
Het vraagt ook om een andere mentaliteit van de overheid én van de burgers zelf.
Er is geen simpele oplossing. Het hele weefsel van de rechtsstaat moet worden onderzocht en gerepareerd”.

In het boek doet Omtzigt een aantal voorstellen daartoe”. Zijn aandachtspunten:

  1. Een grondwettelijk hof
    “Anders dan in de meeste andere rechtsstaten kunnen Nederlandse rechters de wetten die zijn aangenomen door ons parlement niet toetsen aan de Nederlandse Grondwet”.
  2. Vernieuwing van het kiesstelsel
    “Vertrouwen, in elkaar en inde overheid, is alleen mogelijk als iedereen zeggenschap heeft en mee kan doen, als we de betrokkenheid en draagvlak van onderop organiseren”.
  3. Een effectief en krachtig parlement
    “De Tweede Kamer heeft een aantal kerntaken zoals het maken van goede, deugdelijke wetgeving en het grondig en diepgaand controleren van de regering. Voor de uitoefening van haar taken maakt de Grondwet geen onderscheid tussen oppositie-Kamerleden of coalitie-Kamerleden. Beiden hebben dus diezelfde taak”.
  4. Een ware rechtstaat
    “Het is evident dat de bescherming van burgers en kleine ondernemingen zwaar tekort schiet op dit moment”.
  5. Ambtenaren professioneel en benaderbaar
    “De Nederlandse ambtelijke dienst is professioneel en bestaat uit toegewijde mensen. Een aantal mechanismes leidt er echter toe dat wanneer er iets misgaat, het niet gemakkelijk weer wordt rechtgezet”.
  6. Beter extern toezicht en externe onderzoeken
    “Signalen van problemen dienen natuurlijk allereerst binnen de overheid zelf herkend, opgepakt en opgelost te worden”.
  7. Levendig en onafhankelijk middenveld
    “Het maatschappelijk middenveld is te veel vervlochten geraakt met de overheid”.
  8. Onderwijs, volkshuisvesting, bestaansminimum
    “We moeten deze taken echt serieus nemen als de kerntaken van de overheid”.
  9. Minder modellen, meer mensen
    “Het zal dus niet meer mogelijk zijn om vrijelijk eigen definities en eigen niet-transparante modellen te bedenken met betrekking tot maatregelen”.
  10. Transparantie
    “Het lijkt zo simpel, maar de informatie bij de Rijksoverheid is al lange tijd niet op orde”.

Voldoende redenen ‘het wiel (helpen) te laten draaien’. De raderen in de klok te laten werken. Met komende uitgaven van De Telegraafsma zullen de aanbevelingen van Pieter Omtzigt worden uitgediept. We zien uit naar jouw meningen en gedachten.

Geplaatst in Pieter Omtzigt | Getagged | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #19: De waarheid, …… Rob van Es

De waarheid, …… Het juiste doen als niemand kijkt.

Gesteld is de vraag: “Ben je integer en / of loyaal?”. (YouTube-link).

Een vraag die raakt aan de thema’s die worden behandeld in de tien hoofdstukken, van verschillende auteurs, in het net verschenen boek ‘Het juiste doen als niemand kijkt’ onder redactie van Frank Peters. Frank Peters schrijft in het voorwoord: “Veel bestuurders stellen integriteit nog steeds gelijk aan reputatie of aan het creëren van financiële marktwaarde. Dat is in beide gevallen onterecht. Integriteit moet altijd gestoeld zijn op respect en begrip voor de omgeving. Reputatie kan hooguit een afgeleid effect zijn, maar nooit het doel op zich. Het is een weloverwogen en bewust gekozen positie vanuit het besef dat jij en jouw organisatie onlosmakelijk onderdeel zijn van de samenleving. Het gaat er dus om dat je het juiste doet als niemand kijkt. Dus ook wanneer je niet die enorme druk vanuit de stakeholders voelt. Vergeet vooral niet dat het juiste doen voldoening geeft. Het is leuk om goed te doen”.

Rob van Es
….. is één van de auteurs. Hij is vanaf 1998 universitair docent Organisatiefilosofie bij de Faculteit Maatschappij en gedragswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam. Daar doet hij onderzoek naar en geeft onderwijs in de cultuur, ethiek en politiek van organiseren. Daarnaast is hij zelfstandig consultant in het diagnosticeren van organisaties en het systematiseren van morele besluitvorming door professionals.

Rob van Es

Leiderschap

ROB VAN ES OVER EEN INTEGERE BEDRIJFSCULTUUR

‘Het beste is om jouw besluit tijdig op de rem te zetten’

Filosoof Rob van Es geeft aan dat het woord integriteit al zeer oud is, maar we hebben er de afgelopen dertig jaar een andere draai aan gegeven. Vooral de overheid kiest voor rationele integriteit. Feitelijk is dat risicomanagement, waarbij de illusie wordt gecreëerd dat het beheersbaar en te managen is. Hij noemt dat aspect van integriteit ook wel de bovenstroom, ofwel dat deel van de organisatie waar de strategie wordt bepaald en rationele beleidsbeslissingen worden genomen. Volgens Van Es is de beheersbaarheid een illusie. Feitelijk zal de manager mee moeten gaan met de ontwikkeling van de omgevingsfactoren en moeten bijsturen waar dat nodig is. Het is eerder balanceren dan beheersen. Integriteit is zeker geen kwestie van uitrollen en topdown projectmanagement. Het gaat over eenheid en heelheid van een persoon in het hanteren van morele emoties en argumenten. Voelen en nadenken. Ratio en emotie moet je dus met elkaar verbinden, zodanig dat je het voor jezelf kunt uitleggen en verantwoorden, maar ook aan je naasten, inclusief je collega’s en soms je klanten. Dat zijn immers degenen die je gaan aanspreken op jouw besluit of gedrag. Met een checklist kun je niet controleren of je wel integer bent. Je moet iemand kennen en meemaken in de loop van de tijd en zien wat hij doet en laat. De aanwezigheid van instrumenten in een organisatie zegt nog niets over de vraag of je integer bent als organisatie.

Gevoelsverbindingen in de onderstroom

Elke organisatie is een proces van samenwerking en dat bestaat altijd uit een bovenstroom en een onderstroom. Die bovenstroom zijn we ons zeer bewust, die is rationeel en beheersbaar en te vatten in beleidstaal. Maar het is juist de onderstroom die zo belangrijk is, aldus Van Es. Daar gaat het over emotionele kwesties. Ook over zelfrestricties, bijvoorbeeld wat je als taboe verklaart. Of over humor en werkplezier in de organisatie. De praktijk is altijd anders dan alleen de bovenstroom. Je moet daarom de onderstroom onderzoeken om te begrijpen wat er nu werkelijk speelt in de bedrijfscultuur. In de praktijk zijn beide stromen communicerende vaten. Als er meer druk komt op de bovenstroom op de ene plaats, zal er uiteindelijk meer tegendruk komen uit de onderstroom op een andere plaats. En andersom. De actuele verhouding van bovenstroom en onderstroom is de collage: de praktische identiteit van de organisatie, ofwel de werkelijke organisatiecultuur. Volgens Van Es is het dus zaak om door onderzoek een helder beeld te krijgen van de collage: om te begrijpen waarom een organisatie werkt zoals ze werkt. Dan weet je ook welke opties, houdingen, besluiten en interventies zinvol zijn en welke niet. Dat is een belangrijk contextueel gegeven voor het nemen van morele beslissingen.

Verhalen ophalen en delen

Het is belangrijk om in zo’n onderzoek verhalen over de samenwerking op te halen en die te bespreken met elkaar. Van daaruit stellen we vast wat er sterk en zwak is in de organisatie. Als er zuur zit vanuit het verleden kom je niet verder. Integriteit bereik je pas als je open bent en zaken op tafel legt. Van Es ziet voor de managers in dat proces een faciliterende rol. Laat iedereen zich uitspreken, want dat gebeurt veel te weinig. Vreemde ogen/oren zijn daarbij plezierig om te inventariseren. De organisatie heeft een spiegel nodig om te bepalen wat de verbeterpunten zijn. Het middelmanagement moet in dat proces wel in staat worden gesteld om constructief te zijn in de onderstroom. Luisteren is daarbij cruciaal: het is een bottom-up proces, aldus Van Es. Managers kunnen ook een bespreking van de onderstroom houden naast de reguliere werkbesprekingen. Het kost wel tijd om daaraan te wennen en het vereist aandacht en oefening om de onderstroom te bespreken. In het begin is een procesbegeleider raadzaam.

Eerst bewust worden

Voordat je met een integere cultuur actief aan de slag kunt moet je, volgens Van Es, je dus eerst bewust worden van de onderstroom. Geef medewerkers de ruimte, luister naar je mensen en richt je organisatieprocessen daarop in. Je faciliteert, je kunt het niet opleggen. In de praktijk is dit een ingrijpende cultuurverandering, waarbij je ook taal geeft aan de morele emoties. Ook dat is een leerproces. Van Es noemt als voorbeeld de emotiefamilie Vreugde. Bij morele emoties gaat het dan bijvoorbeeld om Eer of Voldoening. Een minder bekende morele emotie is Elevatie: een emotie die ontstaat wanneer iemand iets moois ziet doen dat je treft. En dat vervolgens een gevoel teweegbrengt van zelf ook goed willen doen – het tilt je moreel gezien op. Een ander emotiefamilie is Woede. Van Es noemt als minder bekende morele emotie Territoriumdrift. Vooral mannen brengen dat tot uitdrukking in hun lichaamstaal door te veel ruimte in te nemen. Wat dat betekent voor de samenwerking kun je bespreekbaar maken.

De ontvankelijk Top

De top van de organisatie dient wel ontvankelijk te zijn voor de onderstroom en de morele emoties. Een integere cultuur veronderstelt dat je de morele emoties van de ander serieus neemt. In de top zitten nu vaak rationele bestuurders die minder aandacht hebben voor emoties en vinden dat de onderstroom zich maar moet voegen naar de bovenstroom. Zij verkeren nog steeds in de illusie dat de werkelijkheid wordt gemaakt door leidinggevenden. Daarbij komt dat bestuurders nog te veel gericht zijn op wat de aandeelhouders en toezichthouders vinden en zeggen. Gelukkig zie je dat de inzichten van zowel bestuurders als aandeelhouders aan het veranderen zijn, maar dit heeft nog wel wat tijd nodig.

Proces en product

Als het luisterend gesprek eenmaal ontstaat en je weet wat de onderstroom is, dan kun je ook werken aan de instrumentele kant. Het is zaak dat in de organisatie documenten worden ontwikkeld als visie, missie, kernwaarden en bedrijfscode. Die heb je nodig om op en mee te sturen. Volgens Van Es gaat er niet eens zozeer om wat precies de inhoud is, maar vooral om het proces. Het gaat om de weg er naar toe. Als je dat goed doet weten de mensen ook wat er in de documenten staat, want ze hebben er zelf aan bijgedragen en daardoor kennen ze de inhoud ook. Die uitgangspunten geven richting aan het beleid van de organisatie, zoals in communicatie, werving, selectie en opleiding. Maar ook bijvoorbeeld aan rituelen in de organisatie, zoals het benoemen en belonen van mooie bijdragen van medewerkers.

Zet de rem op jouw besluit

Morele besluiten komen in de praktijk vaak intuïtief en routinematig tot stand. Het systematisch nemen van morele besluiten kost echter tijd en aandacht, aldus Van Es. Gebruik daarom een model  als hulpmiddel. Maak altijd gebruik van dit model, desnoods achteraf. Het is belangrijk dat je het model tot je routine maakt: het garandeert een minimale kwaliteit. Kijk ook naar de betrokken codes: niet alleen de eigen organisatiecode, maar ook naar de professionele codes van de betrokkenen. Het beste is je besluit tijdig op de rem te zetten. Bestuurders zijn er bij gebaat meervoudig te kijken en de verschillende perspectieven mee te nemen in hun afweging en het uiteindelijke besluit. Bouw als organisatie aan een eigen moresprudentie. Verzamel de belangrijkste cases, evalueer die en leer ervan. Laat in dat proces ook iemand meekijken die er niet bij was, een externe deskundige die eigenaardigheden scherper ziet.

Sociale media

Van Es constateert dat de druk op bestuurders groter wordt omdat stakeholders belangrijker worden en sociale media een eigen macht gaan vormen. Dat maakt bestuurders bewuster van hun positie, maar tijd kost het wel. Kijk naar Shell in Nigeria, dat daar al vanaf 1970 worstelt met toenemende stakeholderdruk over milieu, politiek, recht en ethiek. Dat vormt een cluster van onderwerpen waar het bedrijf niet sterk in is, laat staan dat het er in slaagt een doordacht integer beleid terzake te voeren. De stakeholder- en mediadruk leert het bedrijfsleven dat het niet louter draait om zoveel mogelijk geld verdienen: ‘doing good’ wordt steeds belangrijker. Een professionele organisatiecultuur is een integere cultuur.

Bij de semioverheid is het nog een ander verhaal. Daar zijn sommige organisaties speelbal van de nationale politiek (UWV) of van interne gewelddadige coalities (de Brandweer). En bij ministeries zie je vooral bij de hogere ambtenaren machtsstrijd (het OM voorop). Door de media komt dit steeds meer naar voren en wordt de roep om verandering sterker. Dat die verandering ook plaats kan vinden, blijkt bijvoorbeeld uit de effecten van de coronacrisis op de bestaande machtsverhoudingen in de zorg (professionalisering van virusonderzoek en –aanpak) en het onderwijs (professionalisering van online leerprocessen). Zo’n stap in professionalisering wens je de Brandweer en het OM toch ook toe, aldus Van Es: op weg naar een integere cultuur.

YouTube

Abonneren

Geplaatst in Rob van Es | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #18: De waarheid? Deel 1.

Integriteit
Niet zelden is het voor mensen van belang, in de onderlinge verhoudingen, uit te kunnen gaan van ‘de waarheid’. Hoe groot kan het cliché zijn? Net zo clichématig is dan ook de vervolgvraag: ‘wat is dé waarheid’? Gek genoeg lijkt het er op dat de waarheidsvraag steeds vaker wordt gesteld. Integriteitsvraagstukken zijn trendy.

Eed / Belofte
De Tweede Kamer heeft net een integriteitscommissie ingesteld. Er is voor bankmedewerkers een ‘bankeed’ gekomen die moet worden afgelegd. Enzovoort. Als je de eed of belofte maar hebt afgelegd mag je mee-functioneren. Mee doen. Zo niet dan wordt je verstoten, zo is de voorspelling. Dan hoor je er niet bij.

Open deuren
Dat in contrast tot directeuren en bestuurders van pensioenfondsen die zichzelf aardige salarissen en bonussen betalen. Een Minister President die zich zijn verhalen niet meer kan herinneren omdat het verdraaien van de feiten met de beste bedoelingen is gedaan. Twee makkelijke voorbeelden van inmiddels open deuren.

Tweede Kamer
Het afleggen van een eed of belofte, bijvoorbeeld die voor Tweede-Kamer-leden. De tekst luidt: ‘Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Staten-Generaal te worden benoemd, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof), dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan het Statuut voor het Koninkrijk en aan de Grondwet. Ik zweer (beloof) dat ik de plichten die mijn ambt oplegt getrouw zal vervullen.’

Coalitie of oppositie
We weten dat de Grondwet daarbij ‘regelt’ dat Kamerleden in de Kamer zitten zonder last of ruggenspraak. Laten we hier nu eens niet lang van gedachten wisselen, maar gewoon een enkele vraag stellen. Wat heeft de eed of belofte voor zin als men zich realiseert dat de leden worden gekozen op basis van een partijprogramma waar men zich aan heeft gecommitteerd? Ook kunnen Kamerleden een coalitieakkoord, een regeringsprogramma, juist wel of juist niet – in de oppositie – onderschrijven.

De politie: dienstbaar aan wie?
Nog een keer een eed of belofte: die van de politie. “‘Ik zweer (verklaar), dat ik middellijk of onmiddellijk, in welke vorm dan ook, tot het verkrijgen van mijn aanstelling aan niemand iets heb gegeven of beloofd. Ik zweer (beloof), dat ik, om iets in mijn betrekking te doen of te laten, van niemand, middellijk of onmiddellijk, enige beloften of geschenken zal aannemen. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat verklaar en beloof ik)!’ ‘Ik zweer (beloof) trouw aan de Koning, aan de Grondwet en aan de wetten van ons land. Ik zweer (beloof) dat ik de krachtens de wet uitgevaardigde voorschriften en verordeningen zal nakomen en handhaven, dat ik de aan mij verstrekte opdrachten plichtsgetrouw en nauwgezet zal volbrengen en de zaken, waarvan ik door mijn ambt kennis draag en die mij als geheim zijn toevertrouwd, of waarvan ik het vertrouwelijke karakter moet begrijpen, niet zal openbaren aan anderen dan aan hen, aan wie ik volgens de wet of ambtshalve tot mededeling verplicht ben. Ik zweer (beloof) dat ik mij zal gedragen zoals een goed ambtenaar betaamt, dat ik zorgvuldig, onkreukbaar en betrouwbaar zal zijn en dat ik niets zal doen dat het aanzien van het ambt zal schaden. Zo waarlijk helpe mij God almachtig (Dat beloof ik)!’

Net zo eerlijk als de baas?
Ook hier weer slechts een enkele, van de vele mogelijke, vraag. Kan ik over vertrouwelijke informatie beschikken waarbij het past dat ik deze ook niet met een meerdere, aan wie ik tot mededeling verplicht ben, kan delen?

Spelletjes
We kunnen een ‘achterkant van het gelijk’ gaan spelen om direct te ervaren dat met het afleggen van een eed of belofte niet direct alle ethische vraagstukken zijn opgelost. Het lijkt er op dat de spanningen die dergelijke vraagstukken met zich mee brengen ‘gewoon bij het leven horen’. Bij ‘de spelletjes’ die we dagelijks spelen. Veel gebeurtenissen vormen nieuws juist omdat er ergens (net) over de schreef is gegaan. Een psychiater schreef: “Ze spelen een spel. Ze spelen het spel dat ze geen spel spelen. Als je niet mee doet word je verstoten. Als je wel mee doet, dan word je gek”.

Integer en / of loyaal?
Als je op de toppunten van je integriteit afgaat moet je misschien wel accepteren dat je wordt verstoten. Maar dan ben je tenminste wel integer. Het kan ook zijn dat je beslist in ieder geval je aan de groepsregels te houden. Dan wordt je misschien wel gek, maar dan ben je tenminste wel loyaal. Ben jij liever integer, of liever loyaal? Aan jou een enkele vraag ook. Heb jij wel eens een eed of belofte afgelegd? Heb je je er aan gehouden? Integer en /of loyaal?
Laat eens weten, …………

Link: de overheid en integriteit.

Volgende week: De Waarheid, deel 2: Een interview met een ‘integriteitsdeskundige’ .

Abonneren: www.telegraafsma.nl

Geplaatst in Telegraafsma | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #17: Het recht verzekerd?

Klik hier voor de opname op YouTube.

Met reden een wat langere tekst dan gebruikelijk, ……..: lees s.v.p. ‘tot aan de eieren’.

Martin van Rossum
We nemen je mee naar Den Haag. Voor een gesprek met Martin van Rossum.
In 2011 kreeg Martin kennis van de mogelijkheid dat ook zijn levensverzekering een ‘woekerpolis’ was. Verzekeraars zeggen liever ‘een beleggingsverzekering met mogelijk
wat gebreken’. Martin schafte het boek ‘Woekerpolis, hoe kom ik er vanaf?’ aan
en verdiepte zich in de materie. Zo zeer dat hij nu spreekt over zijn ‘woekerpolis-hobby’.

Crème De La Crème
En met resultaat, hij wist een aanzienlijke schadevergoeding voor de mankementen in zijn levensverzekering te bewerkstelligen. De materie en, voor hem als voormalige vakbondsman en belangenbehartiger in hart en nieren, het maatschappelijk belang bleef aan hem hangen. De verzekeraars, het klachteninstituut KiFiD en inmiddels ook rechters kunnen, en willen, niet meer om hem heen. Om zelf de zaken te leren begrijpen, maar ook om van de ‘wandelende data- en kennisbank’ te vernemen hoe het ook al weer in elkaar steekt.

Zonder de rechter
Martin van Rossum wordt, met een enkele ander, gezien als dé ADR-expert van Nederland. ADR staat voor Alternative Dispute Resolution. Een andere term hiervoor is buitengerechtelijke geschilbeslechting. Het is een laagdrempelige manier om geschillen tussen consumenten en bedrijven op te lossen. Het gaat om geschiloplossing buiten de rechter om. De consument hoeft dan, als het allemaal lukt, niet naar de rechter om zijn recht te halen.

Ook jouw belang
Dit gesprek met Martin wordt bewust praktisch geheel aan je getoond. Het kan best ingewikkeld overkomen wat er allemaal wordt gezegd. Maar je zal merken dat je misschien niet alles begrijpt, maar dat je wel meer dan een indruk van de omvang en de ernst van het gebeuren omtrent de ‘woekerpolissen’. We kunnen er niet om heen: het zal je raken.
Misschien heb je geen ‘woekerpolis’ (meer), de zelfde belangen en thema’s zijn aan
de orde bij de pensioenen.

Hoge Raad
De actualiteit is dat het Gerechtshof zogenaamde prejudiciële vragen heeft gesteld aan
de Hoge Raad. Martin vertelt hier, aan de hand van een zaak die hij behandelt, wat het belang van deze aan de Hoge Raad gestelde vragen zijn. Hoe dan ook: zeker ook voor jou van belang. Ook als je bij een verzekeraar werkt. Immers: ‘we agree to disagree’.

De Telegraafsma
Wil je blijvend op de hoogte worden gehouden, neem dan voor een bescheiden bijdrage een abonnement op De Telegraafsma (klik-link). Je ontvangt dan wekelijks een bericht over maatschappelijk relevante zaken met de achtergronden. Interactief. Je zal het merken als het tastbaar blijkt dat je handvatten aangereikt krijgt waarmee je, met een vooruitziende blik, voor jezelf kunt opkomen. Allemaal dankzij, mede, alles wat we ‘met de woekerpolis hebben geleerd en ervaren’. Kloven die worden gedicht ‘tussen menselijke leefwerelden en de werkelijkheid van de systeemwerelden’.

Een persoonlijke noot
De Telegraafsma is het communicatiemiddel van www.renegraafsma.nl. Doel is de mensen te informeren en te activeren, voor hun eigen belang en dat van hun naasten, over thema’s die – een beetje ingewikkeld gezegd – kunnen worden beschreven als kloven tussen het dagelijks leven van de mensen (de leefwerelden) en de werkelijkheid van voor de gewone mensen niet te bevatten systemen. Een Calimero-plaatje hoort daarbij.

Zo veel, ……
De ‘woekerpolisaffaire’ is daar een voorbeeld van. Helaas, slechts een voorbeeld. Bezie de huidige politieke situatie, het onderwijs, de gezondheidszorg, corona, …… enzovoort, het houdt niet op. Al die verschillende thema’s hebben evenwel gemeenschappelijke kenmerken.
Welke in de verhouding tussen de mensen en de systemen kunnen worden gezien.

Samen doen
Er zijn mensen die daar iets tegen willen doen. Martin van Rossum is daar meer dan een voorbeeld van. Ik zie hem als een voorbeeld en een leermeester. Grote woorden? Ik denk het niet. Je zal er misschien weinig direct mee aankunnen wat Martin allemaal vertelt. Maar alles wat makkelijk gedaan lijkt is vaak met heel veel moeite verworven. Pas als het uiterste is bereikt kan er wat veranderen. Dat is ‘het samen doen’.

Eieren bakken
Mijn voorstel is: laten we de krachten bundelen. Het leven delen. Verbindt je door je te abonneren op De Telegraafsma. Dan zul je nog veel meer Martin’s gaan leren kennen.
Ze zijn er. Dan kunnen we, met elkaar, eieren gaan bakken op de Mount Everest.

Klik hier voor de opname op YouTube.

Geplaatst in Beleggingsverzekeringen, Pensioen, Woekerpolissen | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #16: Zenden en ontvangen, bruggen bouwen

Vanaf 5 mei (2021) verschijnt De Telegraafsma wekelijks. Op de woensdag. Mogelijk gemaakt door de bijdrage van de donateurs. De lezers, luisteraars en kijkers zullen worden betrokken bij het behandelde onderwerp. Omdat men er interesse in heeft en belang bij heeft. De Telegraafsma is geen zendmast die niets terug hoort of ziet. Reacties zullen worden getoond en zo mogelijk tot een antwoord en vervolg leiden.

Actueel en in het belang van
Er wordt steeds aangehaakt op de actualiteit. Zoals bij de behandeling van de beleggingsverzekeringen die ook wel woekerpolissen worden genoemd.
De Telegraafsma levert daarmee een ondersteuning van het belang van
de lezer door de bruikbaarheid van de informatie. Bij het maken van keuzes en het handelen, het doen en (na-)laten.

Hoge Raad
De Hoge Raad heeft op dit moment de vragen in behandeling die door het
Gerechtshof Den Haag zijn gesteld inzake een procedure van de vereniging Woekerpolis.nl tegen de Nationale-Nederlanden. De antwoorden die op deze zogenaamde prejudiciële vragen zullen volgen zijn van groot belang voor praktisch alle lopende zaken die het herstel, door verzekeraars, van de schade op ‘woekerpolissen’ beogen.

Martin van Rossum

Martin van Rossum

De claimexpert Martin van Rossum heeft zich bij de Hoge Raad gemeld om zijn vragen en visie in te brengen. Op het oog lijkt de inbreng van Martin heel ingewikkeld. Nogal juridisch en technisch. Maar in essentie is de mening van Martin heel eenvoudig.
“Een kat in de zak, blijft een kat in de zak”.
Hoe ingewikkeld men de verhalen en procedures ook maakt.
De Telegraafsma zal verslag doen van de inspanningen van Martin en ook, uiteraard,
de meningen en visies van de verzekeraars laten horen en zien. Hoor en wederhoor.

Belangenbehartiging
De belangen van de lezer staan voorop. Er wordt niet alleen gedacht in problemen, er is ook altijd een richtingaanwijzer aanwezig naar oplossingen. Zo kan er, door en voor ondernemers, advies bij de beleggingsverzekeringen en pensioenen worden gevonden middels het ondernemersplatform adFidem. De meldpunten bieden een weg aan consumenten.

Abonneren
Het is tegenwoordig een populair gezegde: er moet tegenmacht komen tegenover de macht. Met De Telegraafsma wordt er bij voorkeur niet gesproken in termen zoals ‘de strijd aangaan’. Het met elkaar in gesprek gaan, dat is het uitgangspunt. Vorm samen bruggen over de vele kloven de er schijnbaar zijn. Ondersteun het bouwen van bruggen om het leven te delen met een bescheiden bijdrage van € 17,08 door u te abonneren.

Abonneren Telegraafsma



Geplaatst in Beleggingsverzekeringen, Telegraafsma | Getagged , | Een reactie plaatsen

Telegraafsma #15: Indirecte transparantie en toezichtsvertrouwelijkheid

Gesproken bij een AM-Webinar over provisietransparantie.
(Assurantie Magazine).

Waarin een item met de minister van Financiën Wobke Hoekstra.

Geplaatst in Transparantie | Getagged | Een reactie plaatsen